ECLI:NL:RBZWB:2015:827
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting bedrijfspand op grond van artikel 13b Opiumwet
Verzoekers maakten bezwaar tegen het besluit van de burgemeester om het bedrijfspand aan een adres in Gilze en Rijen voor zes maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet, nadat in een gehuurde ruimte hennepstekken waren aangetroffen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat alle ruimtes in de bedrijfsloods functioneel met elkaar verbonden zijn en derhalve als één lokaal in de zin van de Opiumwet moeten worden beschouwd. Hierdoor was de burgemeester bevoegd het gehele pand te sluiten.
De beleidsregel van de gemeente bepaalt dat bij een eerste overtreding een sluiting van zes maanden volgt, hetgeen niet onredelijk is. Verzoekers konden geen bijzondere omstandigheden aantonen die een uitzondering rechtvaardigen. Ook het financiële nadeel en het feit dat een huurder via de toegangsdeur van het pand toegang heeft, zijn geen gronden om af te wijken van het besluit.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en bleef de sluiting van het bedrijfspand van kracht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van het bedrijfspand wordt afgewezen.