Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.[naam eiser sub 1] ,
[naam eiser sub 2],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 22 april 2015 en de daarin genoemde stukken,
- het proces-verbaal van comparitie van 14 juli 2015 en de daarin genoemde stukken,
- de akte wijziging eis van [naam eiser sub 1] met productie 23,
- de akte wijziging eis in reconventie van 4ID2,
- de akte uitlating wijziging eis in conventie van 4ID2,
- de antwoordakte wijziging eis in reconventie van [naam eiser sub 1] .
2.Het geschil
in conventie
3.De beoordeling
Deze overeenkomst werd opgezegd bij brief van 13 mei 2013 tegen 14 juni 2013, maar eerst op 5 april 2014 is [naam eiser sub 1] overgegaan tot verwijderen/ terugplaatsen van de haag. Bij brief van 2 september 2014 is door 4ID2 dan ook aanspraak gemaakt op het gevorderde bedrag. 4ID2 stelt nimmer de verbeurte van boetes te hebben opgeschort, laat staan uitdrukkelijk en onvoorwaardelijk afstand te hebben gedaan van de verbeurde boetes.