Uitspraak
1.Het verloop van het geding
2.Het verzoek
3.De beoordeling
.Dit kan niet leiden tot ordeverstoring, zeker niet gedurende de momenten dat verzoeker in de comfortzone verblijft. De maatregel schiet haar doel voorbij.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Verzoeker diende een klacht in tegen besluiten van 4 en 13 september 2015 betreffende dwangmaatregelen in een psychiatrisch ziekenhuis, waaronder plaatsing in de comfortzone en beperkingen op telefoon- en internetgebruik. De rechtbank oordeelt dat de plaatsing in de comfortzone een vorm van afzondering is die niet op grond van artikel 40 lid 3 Wet Pro Bopz kan worden gerechtvaardigd, maar onder artikel 38c Wet Bopz valt. Omdat deze wettelijke grondslag ontbrak, wordt het besluit van 4 september 2015 vernietigd.
Ten aanzien van de beperking van het recht op vrij telefoonverkeer en internetgebruik op 13 september 2015 stelt de rechtbank vast dat deze maatregel is genomen uit vrees voor ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheidstoestand van verzoeker door overprikkeling van zijn manisch toestandsbeeld. De inname van de smartphone en beperking van internetgebruik worden niet als therapeutische dwangbehandeling gezien, maar als preventieve maatregel. De rechtbank acht deze maatregel rechtmatig en proportioneel en verklaart de klacht hierover ongegrond.
Verzoeker ontvangt een schadevergoeding van €100 wegens het onrechtmatig genomen besluit tot plaatsing in de comfortzone. Het verzoek tot een dwangsom wordt afgewezen omdat verzoeker niet langer in de comfortzone verblijft. De rechtbank benadrukt dat beroep in cassatie mogelijk is binnen drie maanden na uitspraak.
Uitkomst: Het besluit tot plaatsing in de comfortzone wordt vernietigd en verzoeker krijgt een schadevergoeding van €100 toegekend; de klacht tegen beperking telefoon- en internetverkeer wordt ongegrond verklaard.