Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de tenlastegelegde feiten;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Verdachte werd beschuldigd van meerdere diefstallen met valse sleutels en pinpassen, gepleegd tussen januari en mei 2014 in diverse Nederlandse plaatsen. De tenlastelegging betrof het wederrechtelijk toe-eigenen van geldbedragen van verschillende slachtoffers.
De officier van justitie baseerde het bewijs hoofdzakelijk op herkenningen van verdachte op camerabeelden door verbalisanten, mede geïnformeerd door een anonieme informant van het Team Criminele Inlichtingen (TCI). De verdediging voerde aan dat deze herkenningen onvoldoende specifiek en betrouwbaar waren, mede door het ontbreken van onderscheidende persoonskenmerken en het feit dat de verbalisanten beïnvloed waren door de informant.
De rechtbank oordeelde dat de herkenningen onvoldoende overtuigend waren vanwege onscherpe beelden, beperkte gezichtsweergave, en het ontbreken van objectieve bewijzen die verdachte op de plaats delict plaatsten. Gezien deze tekortkomingen sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten en hief het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.