Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.[belanghebbende 1] ,
[belanghebbende 2],
[belanghebbende 3],
1.De procedure
2.Het verzoek
3.De beoordeling
Kamerstukken II1962-63, 3771, nr. 6, p. 79). Dit betekent dat ondanks de formulering van testamentaire last, toch sprake kan zijn van een legaat (Hof Leeuwarden 26 januari 2010, ECLI:NL:GHLEE:2010:BL2814).
Ik verbind aan deze last de beperking dat de lastbevoordeelden geen enkel ander recht zullen hebben dan het recht van opeising na het overlijden van genoemde heer [verzoeker] ”blijkt immers dat de kinderen van verzoeker een vorderingsrecht op verzoeker verkrijgen dat zij na zijn overlijden kunnen opeisen.
Kamerstukken II2009/10, 31 930, nr. 68, p. 5 en nadere memorie van antwoord,
Kamerstukken I2009/10, 31 930, nr. F, p. 8.).