Uitspraak
gedetineerdin de penitentiaire inrichting Middelburg,
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
verklaringen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] :
Hij heeft daartoe gesteld dat het ten laste gelegde weliswaar geen impulsieve actie van verdachte was, maar dat deze actie anderzijds niet tot in detail was gepland. Hoewel medeverdachte [medeverdachte 2] verdachte had gevraagd om aangeefster blijvend letsel toe te brengen, het liefst in haar gezicht of aan haar knieën, was verdachte dit niet van plan te doen. Zijn bedoeling was om haar fors laten schrikken. Hij wilde geen feitelijk geweld. Opgemerkt zij dat verdachte de enige bron is waaruit kan worden vastgesteld dat [medeverdachte 2] blijvend letsel aan aangeefster wilde laten toebrengen en dat verdachte dit niet wilde.
Het letselbeeld, zoals dat door de forensisch geneeskundige is waargenomen en beschreven past binnen het beeld dat aangeefster in bedwang werd gehouden en dat zij niet hard is geslagen. Het letsel was niet zodanig dat dit als zwaar lichamelijk letsel kan worden gekwalificeerd. De deskundige heeft de tijd van de tijdelijke ziekte of verhindering van de uitoefening van de ambts-/beroepsbezigheden van aangeefster geschat op enkele dagen.
“Waarom doet die taxichauffeur dat?”Op de vraag van [naam 1 medewerker Arduin] wat deze dan gedaan heeft, antwoordt [benadeelde partij 2] :
“Aan mijn borsten zitten en over mijn been wrijven.”
“aan haar zat te friemelen, aan haar been en aan haar borsten”, aangevuld met een melding van Arduin-medewerkster [naam 2 medewerker Arduin] van het team [adres 1 Arduin] inhoudende dat [benadeelde partij 2] haar die morgen (daags na het voorval) vertelde dat
“de chauffeur in haar bovenbenen had zitten kneden en aan haar borsten had gezeten. Zij was wat bang want zij had dit vroeger ook al eens meegemaakt.”- Op 22 juli 2015 wordt een zogeheten taxatiegesprek met [benadeelde partij 2] gehouden. Daarvan is verslag gedaan en als verklaringen van [benadeelde partij 2] onder meer opgetekend:
“Toen de chauffeur jou ging aanraken, was de auto toen aan het rijden?”antwoordt [benadeelde partij 2] :
“eh, die stopte (onverstaanbaar) en niks bijzonders meer gedaan bij mij, verder heeft hij niet aan me gezeten”en op de vraag:
“Wie had jouw riem vastgemaakt?”antwoordt zij:
“(onverstaanbaar) de chauffeur (…) ja, chauffeur had vastgezet naast stuur (onverstaanbaar) had hij mij vastgezet.”
Ik ging met de taxi naar [adres 1 Arduin] en ik zat voorin bij de chauffeur. Die chauffeur had allemaal vieze praat tegen mij en hij zat aan mijn borsten en aan mijn benen’ en ze voelde zich heel ongemakkelijk. Het was maar een vieze vent zei ze. Dat was heel duidelijk voor haar. Ze heeft ooit nog zoiets meegemaakt en toen hebben haar ouders aangifte gedaan. In de twee weken daarna heeft ze er heel veel over gepraat. Nu niet meer. Het heeft voor haar geen “belangrijkheid” meer. Toen ze het vertelde was ze kwaad. Hij moest niet aan haar komen. Ze blijft het dan nog een uur doorvertellen tegen iedereen en dan is het weer klaar. Het beïnvloedt haar dagelijkse functioneren niet. Ze is gewoon gaan werken. Mannen die haar niet kennen zouden door haar vrolijke gedrag en haar verzorgde uiterlijk een verkeerd beeld van haar kunnen krijgen.”
of omstreeks06 januari 2015 te Breskens, gemeente Sluis,
een of meeranderen,
althans alleen,aan [benadeelde partij1]
/stompenen
/ofte duwen
en/of trekkenen
/ofeen
/ofeen doek doordrenkt met een
over het hoofd te trekken, althanstegen het gezicht te duwen,
of omstreeks6 januari 2015 te Breskens, gemeente Sluis,
in elk geval op
(vuur)wapen en
/ofslaan met dat
/ofduwen
en trekken.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het onder 3 tenlastegelegde feit;
een gevangenisstraf van 15 (VIJFTIEN) maanden, waarvan 5 (VIJF) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaar;
bijzondere voorwaarde: