Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 30 juli 2015 van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres], te [woonplaats], eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
.Eiseres heeft op dit advies gereageerd.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Etten-Leur om de indicatie voor huishoudelijke hulp af te bouwen van vier naar twee uur per week voor de periode 27 juli 2014 tot en met 26 oktober 2014. Zij stelde dat haar lichamelijke en psychische klachten recht geven op minimaal vier uur hulp en dat het onredelijk is dat zij het probleem zelf moet oplossen, mede omdat haar dochter de hulp zou stoppen zonder vergoeding.
De rechtbank stelde vast dat de WMO 2015 deels per 19 juli 2014 in werking trad, maar dat de bepalingen die zien op maatwerkvoorzieningen pas gelden voor voorzieningen met ingang vanaf 1 januari 2015. Het bestreden besluit betrof een periode vóór die datum, zodat de WMO 2007 van toepassing was. Uit het medisch advies bleek dat eiseres door haar psychische beperkingen het huishouden nauwelijks kan doen, maar dat haar dochter niet overbelast is.
Het college had een redelijke afbouwregeling getroffen en eiseres bracht geen overtuigende argumenten tegen deze regeling naar voren. De rechtbank verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel, omdat indicaties niet voor onbepaalde tijd gelden en wijzigingen mogelijk zijn bij veranderde omstandigheden. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afbouw van huishoudelijke hulp is ongegrond verklaard.