ECLI:NL:RBZWB:2015:3576

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 juni 2015
Publicatiedatum
3 juni 2015
Zaaknummer
C/02/297457 / HA RK 15-69
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Visser
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:204 BWArt. 4:206 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming vereffenaar nalatenschap en ontheffing publicatieplicht

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 3 juni 2015 beslist in een zaak betreffende de nalatenschap van wijlen Bernardus Antonius Sophia Susanna Stegeman. De nalatenschap is onbeheerd omdat de erfgenamen, zijn dochters en kleindochter, deze hebben verworpen. Verzoekster, een bv met een hypothecaire vordering op het woonhuis uit de nalatenschap, vroeg de benoeming van een vereffenaar om de nalatenschap te beheren en te vereffenen.

De rechtbank oordeelde dat de nalatenschap niet behoorlijk wordt beheerd en dat er gevaar bestaat dat de vordering van verzoekster niet binnen redelijke tijd wordt voldaan. Daarom werd mevrouw mr. Alsema-Van Duin benoemd tot vereffenaar. Omdat de schulden van de nalatenschap naar verwachting groter zijn dan de baten, werd ontheffing verleend van de publicatieplicht in een landelijk verspreid dagblad. De bekendmaking van de beschikking zal plaatsvinden via internet en in de Staatscourant.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het verzoek tot meer of andere voorzieningen is afgewezen. De griffier is opgedragen de benoeming in het boedelregister in te schrijven en de vereffenaar de bekendmaking te laten verzorgen.

Uitkomst: De rechtbank benoemt een vereffenaar en verleent ontheffing van publicatieplicht in een landelijk dagblad met bekendmaking via internet en Staatscourant.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Handelsrecht
Breda
zaaknummer / rekestnummer: C/02/297457 / HA RK 15-69
Beschikking van 3 juni 2015
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ELQ PORTEFEUILLE I BV,
gevestigd te Zwanenburg,
verzoekster,
advocaat mr. F.M. van Peski.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift ex artikel 4:204 BW Pro, ter griffie ingekomen op 8 april 2015, met producties genummerd 1 tot en met 9,
- de brief met aanvullende productie, ter griffie ingekomen op 12 mei 2015.

2.Het verzoek

2.1.
Verzoekster heeft de rechtbank verzocht om:
I. in de nalatenschap van wijlen Bernardus Antonius Sophia Susanna Stegeman een vereffenaar te benoemen, dit overeenkomstig het bepaalde in artikel 4:204 lid 1 aanhef Pro en sub a en b BW. Voorts verzoekt verzoekster de rechtbank om zonder mondelinge behandeling op dit verzoekschrift te beslissen; en
II. verzoekster te ontheffen van de publicatieplicht ex artikel 4:206 lid 6 BW Pro en te bepalen dat de af te geven beschikking bekend zal worden gemaakt door plaatsing op internet.

3.De beoordeling

3.1.
Vast staat dat de heer Bernardus Antonius Sophia Susanna Stegeman (hierna: erflater), geboren te Oldenzaal op 24 augustus 1930, op 6 augustus 2014, te Tilburg is overleden, dat hij bij testament over zijn nalatenschap heeft beschikt en daarin zijn kinderen als enig erfgenamen, tezamen en voor gelijke delen, zulks onder inroeping van de regels van aanwas en plaatsvervulling, met dien verstande dat de regels van plaatsvervulling voor die van aanwas toepassing vinden, heeft benoemd.
3.2.
Verzoekster legt aan het verzoek ten grondslag dat, aangezien de potentiële erfgenamen, zijnde zijn beide dochters en zijn kleindochter, de nalatenschap hebben verworpen, er thans sprake is van een onbeheerde nalatenschap.
3.3.
Bij hypotheekakte d.d. 6 december 2007 heeft erflater aan verzoekster een recht van eerste hypotheek verleend op het zakelijk recht van eigendom van de percelen met zich onder meer daarop bevindende vrijstaande woning met ondergrond, tuin en verdere aanhorigheden, staande en gelegen te (4904 SL) Oosterhout, Hoeveneind 120, kadastraal bekend gemeente Oosterhout, sectie N nummers 3082 en 3396. Uit hoofde van de hypothecaire geldleningsovereenkomst heeft verzoekster een opeisbare vordering op erflater van € 884.313,25. De marktwaarde van de woning is getaxeerd op € 735.000,00 en de executiewaarde tussen de
€ 475.000,00 en € 550.000,00. Om de kans op een restschuld zo klein mogelijk te maken c.q. om ede restschuld zo laag mogelijk te houden, wenst verzoekster het woonhuis onderhands door een vereffenaar te laten verkopen. Derhalve stelt verzoekster ook belang te hebben bij de benoeming van een vereffenaar om de gehele nalatenschap van erflater te laten vereffenen.
3.4.
Gelet op het bepaalde in artikel 4:206 BW Pro beslist de rechtbank niet eerder op het verzoek tot benoeming van een vereffenaar dan na verhoor of behoorlijke oproeping van verzoekster, de bekende erfgenamen, de boedelnotaris en de executeur. Nu in de nalatenschap geen boedelnotaris of executeur is benoemd en de bekende erfgenamen de nalatenschap hebben verworpen, heeft de rechtbank afgezien van een mondelinge behandeling.
3.5.
Op grond van artikel 4:204 lid 1 kan Pro de rechtbank, wanneer een nalatenschap niet beneficiair is aanvaard, op verzoek van een schuldeiser, een vereffenaar benoemen, wanneer de nalatenschap niet behoorlijk wordt beheerd en afgewikkeld en hierdoor voor hem het gevaar bestaat dat zijn vordering niet ten volle of niet binnen redelijke tijd zal worden voldaan. Naar het oordeel van de rechtbank is genoegzaam gebleken dat de nalatenschap van erflater niet behoorlijk wordt beheerd en afgewikkeld, nu de bekende erfgenamen de nalatenschap hebben verworpen. Gelet hierop acht de rechtbank het geboden een vereffenaar te benoemen op de voet van artikel 4:204 lid 1 onder Pro b BW. Nu mevrouw mr. Alsema-Van Duin zich op 8 mei 2015 bereid heeft verklaard om als vereffenaar op te willen treden, er naast verzoekster geen overige belanghebbenden bekend zijn en het verzoek overigens ook op de wet is gegrond, zal het verzoek worden toegewezen.
3.6.
Aangezien uit de overgelegde stukken blijkt dat de schulden van de nalatenschap naar verwachting groter zijn dan de baten, wordt naar het oordeel van de rechtbank geen redelijk belang gediend wanneer de (kostbare) wettelijk voorgeschreven wijze van bekendmaking in een landelijk verspreid dagblad zoals vermeld in artikel 4:206 lid 6 BW Pro wordt gevolgd. De personen die belang hebben bij het bekend worden met de inhoud van deze beschikking kunnen namelijk ook op een andere manier worden geïnformeerd. De rechtbank is van mening dat bekendmaking op het internet een even goede, misschien zelfs betere, mogelijkheid geeft aan iedere belanghebbende om op de hoogte te komen van de financiële situatie van de nalatenschap. Dit brengt ook geen nieuwe kosten met zich mee. De bekendmaking van de beschikking zal plaatsvinden op www.rechtspraak.nl/uitspraken. Ten aanzien van de bekendmaking in de Staatscourant zal geen ontheffing van de publicatieplicht worden verleend, aangezien het plaatsen van de bekendmaking in de Staatscourant geen kosten met zich meebrengt.

4.De beslissing

De rechtbank
4.1.
benoemt mevrouw mr. Alsema-Van Duin, werkzaam bij Art Senta Notarissen te Hoorn, tot vereffenaar van de nalatenschap van:
wijlen de heer Bernardus Antonius Sophia Susanna Stegeman,
geboren te Oldenzaal op 24 augustus 1930,
laatstelijk wonende te Breda,
overleden op 6 augustus 2014 te Tilburg,
4.2.
draagt de griffier op de benoeming van deze vereffenaar onverwijld in het boedelregister in te schrijven,
4.3.
ontheft de vereffenaar van de verplichting tot bekendmaking van de benoeming van de vereffenaar in een landelijk verspreid dagblad ingevolge het bepaalde in artikel 4:206 lid 6 BW Pro,
4.4.
bepaalt dat deze beschikking bekend zal worden gemaakt door plaatsing op internet (www.rechtspraak.nl/uitspraken
),
4.5.
draagt de vereffenaar op de benoeming bekend te maken in de Staatscourant,
4.6.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
4.7.
wijst af het anders of meer verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. Visser en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2015. [1]

Voetnoten

1.type: EB