Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- het tussenvonnis van 18 juni 2014;
- het proces-verbaal van comparitie van 17 november 2014.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser sloot een koopovereenkomst met gedaagde voor een aanhangwagen, die vervolgens werd doorverkocht aan een derde. Na klachten over de stabiliteit van de aanhangwagen stelde eiser gedaagde aansprakelijk en vorderde vrijwaring voor eventuele veroordelingen in een lopende bodemprocedure.
Gedaagde betwistte de nietigheid van de dagvaarding, het tijdig klagen en stelde dat eiser niet tijdig ingebrekestelling heeft gedaan, waardoor geen verzuim is ingetreden. De rechtbank oordeelde dat de dagvaarding niet nietig is omdat gedaagde zich voldoende kon verweren. De algemene voorwaarden van gedaagde waren geldig van toepassing, en eiser had redelijkerwijs kennis kunnen nemen.
Hoewel eiser niet binnen de 14-dagen termijn schriftelijk klaagde, was gedaagde reeds op de hoogte van de klacht van de koper. De rechtbank vond een beroep op de 14-dagen termijn onredelijk. Echter, omdat eiser gedaagde niet rechtsgeldig in gebreke had gesteld, was gedaagde niet in verzuim en kon eiser geen aanspraak maken op vrijwaring.
De vordering werd afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vordering tot vrijwaring wordt afgewezen omdat gedaagde niet in verzuim is gesteld en de klachtplicht binnen redelijke termijn is nageleefd.