ECLI:NL:RBZWB:2015:2295
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering studiefinanciering wegens bijverdiensten in 2011
Eiser ontving in de periode van 1 september tot en met 31 december 2011 studiefinanciering en werd door DUO geconfronteerd met een terugvordering van €1.394,28 wegens vermeende overschrijding van de bijverdiengrens. Eiser betwistte de hoogte van het toetsingsinkomen, met name de toerekening van buitenlandse wezenuitkeringen en het vermogen in box 3, en stelde dat DUO de bewijslast niet correct had gedragen.
De rechtbank oordeelt dat DUO het toetsingsinkomen op juiste wijze heeft vastgesteld op €39.311,90, waarbij slechts het deel van de wezenuitkeringen en het voordeel uit sparen en beleggen dat toerekenbaar is aan het studiefinancieringstijdvak is meegenomen. De stelling van eiser dat het box 3-vermogen een ouderlijke bijdrage betreft, wordt verworpen. Tevens is de rechtbank van oordeel dat eiser niet heeft aangetoond welk deel van de buitenlandse wezenuitkeringen buiten het studiefinancieringstijdvak valt, waardoor DUO het volledige bedrag mocht betrekken.
Gelet op de wettelijke bepalingen uit de Wet studiefinanciering 2000 en de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen is de terugvordering terecht vastgesteld. De rechtbank ziet geen aanleiding om het beroep toe te wijzen en verklaart het ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van €1.394,28 studiefinanciering wordt ongegrond verklaard.