Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 2012 waarbij de inspecteur de belastingkorting voor het verlies uit aanmerkelijk belang had vastgesteld op 25% van het aan hem toegerekende verlies van €9.075. Belanghebbende stelde dat hij niet in algehele gemeenschap van goederen was gehuwd en dat de volledige verliesvaststelling van €18.151 aan hem toe moest komen, zodat de belastingkorting hoger zou moeten zijn.
De rechtbank overweegt dat het verlies uit aanmerkelijk belang onherroepelijk is vastgesteld op €9.075 ten behoeve van belanghebbende en €9.075 ten behoeve van zijn echtgenote. Het huwelijksgoederenregime doet hieraan niet af. De belastingkorting kan volgens de wet maximaal 25% van het nog niet verrekende verlies bedragen en is terecht vastgesteld op 25% van €9.075.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst erop dat ook voor de echtgenote een belastingkorting van €2.296 geldt. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het vonnis is openbaar en kan binnen zes weken worden aangevochten bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de belastingkorting wordt vastgesteld op 25% van het aan hem toegerekende verlies.