Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 12 februari 2015 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser], te [woonplaats], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser, die beperkingen ondervindt bij het gebruik van zijn woning, verhuisde van een aangepaste woning naar een ongeschikte eengezinswoning in de vrije sector. Hij vroeg woonvoorzieningen aan op grond van de Wmo, waaronder een traplift en verhoogd toilet, maar het college wees dit af omdat eiser niet naar de meest geschikte woning was verhuisd terwijl er geschikte seniorenwoningen beschikbaar waren.
De rechtbank oordeelde dat het college de aanvraag terecht afwees op basis van artikel 4 van Pro de Wmo en artikel 9 van Pro de gemeentelijke Verordening, die stellen dat een persoon met beperkingen zelf verantwoordelijk is voor het zoeken naar een geschikte woning. Eiser kon niet aannemelijk maken dat er geen geschikte woningen beschikbaar waren en had onvoldoende onderbouwd dat hij niet in aanmerking kwam voor sociale huurwoningen.
Daarnaast faalde het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat eiser geen concrete bewijsstukken over een toezegging van de Wmo-consulent had geleverd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de gevraagde voorzieningen af.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van woonvoorzieningen op grond van de Wmo wordt ongegrond verklaard.