Uitspraak
1.Het verloop van het geding
2.Het geschil en de beoordeling
“Wij mogen het openstaande saldo onmiddellijk opeisen als:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres vordert betaling van openstaande bedragen op grond van een kredietovereenkomst met een bepaling in de algemene voorwaarden die onmiddellijke opeising van het openstaande saldo toestaat indien de kredietnemer twee maanden niet betaalt en na een aanmaning nog steeds niet betaalt.
De rechtbank stelt vast dat deze bepaling afwijkt ten nadele van de consument van artikel 33 WCK Pro, dat vereist dat de kredietnemer eerst in gebreke wordt gesteld voordat opeising rechtsgeldig is. Een aanmaning zoals in de algemene voorwaarden is niet gelijk aan een ingebrekestelling zoals bedoeld in de wet.
Hoewel eiseres een ingebrekestelling heeft verzonden voordat zij tot opeising overging, doet dit niet af aan de nietigheid van de bepalingen in de algemene voorwaarden. Hierdoor vervalt de grondslag van de vordering en wordt deze afgewezen.
Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten, welke aan de zijde van gedaagde nihil worden begroot.
Uitkomst: De vordering tot betaling wordt afgewezen wegens nietigheid van de bepaling in de algemene voorwaarden die afwijkt van artikel 33 WCK.