ECLI:NL:RBZWB:2014:8089
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Beschikking
- Hopmans
- Prenger-de Kwant
- Raaijmaakers-Rottier
- Rechtspraak.nl
Weigering homologatie faillissementsakkoord wegens onvoldoende inzicht en waarborging
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 27 november 2014 de homologatie van een faillissementsakkoord aangeboden door de gefailleerde en aangenomen door de schuldeisers. Het akkoord voorzag in een uitbetaling van 0,1% aan concurrente crediteuren en de mogelijkheid tot participatie in een Claim B.V. tegen een inleg van 1,3% van hun vorderingen. De gefailleerde droeg om niet bepaalde vorderingen en rechten over aan Claim B.V. voor incasso.
De rechter-commissaris stelde dat voortzetting van het faillissement waarschijnlijk meer baten zou opleveren dan het akkoord en adviseerde de homologatie te weigeren. De curator stond positief tegenover het akkoord. De rechtbank oordeelde dat de procedure niet als een tegensprekelijke procedure tussen partijen geldt en dat zij vrij is om het akkoord te weigeren.
De rechtbank concludeerde dat de financiële consequenties van het akkoord onvoldoende onderbouwd en inzichtelijk waren, met name de waarde van de gepretendeerde vorderingen. Daarnaast was onvoldoende gewaarborgd dat de verwachtingen rond de Claim B.V.-constructie, inclusief het beoogde rendement voor participerende crediteuren, zouden worden gerealiseerd. Gezien deze onzekerheden en risico's weigerde de rechtbank de homologatie van het akkoord op grond van artikel 153 lid 3 en Pro lid 2 sub 2 Faillissementswet.
Uitkomst: De rechtbank weigert de homologatie van het faillissementsakkoord wegens onvoldoende inzichtelijkheid en waarborging.