Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- het tussenvonnis van 19 juni 2013 en de daarin vermelde stukken
- het proces-verbaal van comparitie en de daarin vermelde stukken
- de conclusie van repliek, met producties
- de beslissing van 13 maart 2014 van de verschoningskamer van de rechtbank
- de conclusie van dupliek.
2.Het geschil
3.De beoordeling
“Gezien de toekomstverwachtingen gaat de directie er van uit dat het eigen vermogen in de toekomst weer positief wordt”en op een passage uit het reorganisatieplan van 9 februari 2007
“In 2006 behaalde Henry’s Kitchen BV een negatief resultaat. Gedurende het najaar van dat jaar was deze uitkomst al voldoende voorspelbaar om voor de huidige directie aanleiding te zijn zich te oriënteren op een reorganisatie van het bedrijf. Inmiddels is een reeks van samenhangende maatregelen en ingrepen uitgewerkt, die moeten resulteren in een break-even bedrijfsresultaat in 2007 en in een positief bedrijfsresultaat in 2008”.Deze positieve uitlatingen zijn gelogenstraft door het sterk negatieve resultaat over de eerste drie maanden van 2007. Het ontbreekt aan door de curator aan te dragen feiten en omstandigheden, in het bijzonder een uiteenzetting van (toekomstige) inkomsten en uitgaven die tot het oordeel kunnen leiden dat Henry’s Kitchen B.V. met het door [gedaagde] te storten bedrag haar continuïteit gewaarborgd zou zien. Onder deze omstandigheden is van [gedaagde] niet te vergen dat hij meergenoemd bedrag in Henry’s Kitchen B.V. inbrengt en mochten Henry’s Kitchen B.V. en haar crediteuren niet gerechtvaardigd op een dergelijke storting vertrouwen. Voor het oordeel dat [gedaagde] een onrechtmatige daad heeft gepleegd als door de curator aan zijn vordering ten grondslag is gelegd ontbreekt een deugdelijke feitelijke grondslag.