ECLI:NL:RBZWB:2014:7769
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Zorgovereenkomst gekwalificeerd als overeenkomst van opdracht, vordering afgewezen
Partijen sloten aanvankelijk op 1 november 2012 een zorgovereenkomst met als subkopje 'arbeidsovereenkomst', waarin eiseres als zorgverlener werd aangemerkt als werknemer met een vast aantal uren en een vast uurloon. Op 1 maart 2013 sloten partijen een nieuwe zorgovereenkomst met als subkopje 'met een freelancer', waarin eiseres werd aangeduid als opdrachtnemer met een variabel aantal uren en een hoger uurloon. Deze tweede overeenkomst bevatte ook een verklaring van eiseres dat zij over een VAR-wuo beschikte en dat betalingen aan haar onderneming moesten worden gedaan.
Eiseres vorderde betaling van loon over een opzegtermijn van een maand en stelde dat het ontslag op staande voet nietig was. Gedaagde stelde dat de overeenkomst een freelance-overeenkomst was die rechtsgeldig per 28 juli 2013 was opgezegd en dat hij geen verdere betalingen verschuldigd was omdat eiseres na die datum niet meer werkte.
De rechtbank oordeelde dat de tweede zorgovereenkomst, gelet op de inhoud en feitelijke uitvoering, moet worden gekwalificeerd als een overeenkomst van opdracht. De zelfstandigheid van eiseres, het ontbreken van een gezagsverhouding en de fiscale status zoals blijkt uit de VAR-wuo verklaring, ondersteunen deze kwalificatie. De opzegging door gedaagde was rechtsgeldig en eiseres heeft na die datum geen werkzaamheden verricht, waardoor haar vorderingen worden afgewezen.
Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten, waaronder het salaris van de gemachtigde van gedaagde. De overige geschilpunten behoefden geen verdere bespreking.
Uitkomst: De zorgovereenkomst is een overeenkomst van opdracht; de vorderingen van eiseres worden afgewezen.