ECLI:NL:RBZWB:2014:7769

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 november 2014
Publicatiedatum
19 november 2014
Zaaknummer
2807368_E12112014
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Kwalificatie van zorgovereenkomst: arbeidsovereenkomst of overeenkomst van opdracht?

In deze zaak, die voor de Rechtbank Zeeland-West-Brabant werd behandeld, vorderde eiseres, een zorgverlener, betaling van een bedrag van € 3.275,85 van gedaagde, een budgethouder, en de nietigheid van een ontslag op staande voet. De partijen hadden op 1 november 2012 een zorgovereenkomst gesloten, die later op 1 maart 2013 werd gewijzigd in een overeenkomst met een freelancer. Eiseres stelde dat de overeenkomst als een arbeidsovereenkomst gekwalificeerd moest worden, terwijl gedaagde betoogde dat het om een freelance-overeenkomst ging, die hij rechtsgeldig had opgezegd.

De rechtbank onderzocht de aard van de overeenkomsten en de omstandigheden waaronder deze waren gesloten. De eerste overeenkomst vermeldde een vast aantal uren en een loon, terwijl de tweede overeenkomst een variabel aantal uren en een hoger uurloon bevatte. De rechtbank oordeelde dat de tweede overeenkomst, gezien de zelfstandigheid van eiseres en de voorwaarden waaronder deze was gesloten, als een overeenkomst van opdracht moest worden gekwalificeerd. Dit betekende dat gedaagde niet verplicht was om de vordering van eiseres te voldoen, aangezien de overeenkomst rechtsgeldig was beëindigd.

De rechtbank wees de vorderingen van eiseres af en veroordeelde haar in de proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van de kwalificatie van overeenkomsten in het civiele recht, vooral in de context van zorgovereenkomsten en de rechten en plichten van zorgverleners en budgethouders.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Kanton
Bergen op Zoom
zaak/rolnr.: 2807368 CV EXPL 14-894
vonnis d.d. 12 november 2014
inzake
[eiseres],
wonende te [woonplaats],
eiseres, hierna te noemen: ‘[eiseres]’,
procederend krachtens civiele toevoeging nr. 1GL6523,
gemachtigde: [gemachtigde], advocaat te Roosendaal,
tegen
[gedaagde],
wonende te [adres],
gedaagde, hierna te noemen: ‘[gedaagde]’,
gemachtigde: [gemachtigde], advocaat te Bergen op Zoom.

1.Het verdere verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de volgende stukken:
het tussenvonnis d.d. 12 maart 2014 en de in dat vonnis genoemde stukken;
het audiëntieblad met betrekking tot de comparitie van partijen d.d. 7 april 2014, waaruit blijkt dat is besloten tot schriftelijk voort procederen;
de conclusie van repliek, met een productie;
de conclusie van dupliek.

2.Het geschil

2.1
[eiseres] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 3.275,85 althans het bedrag dat de rechtbank zal vermenen te behoren, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 1 september 2013, althans vanaf de datum die de rechtbank zal vermenen te behoren en voorts te verklaren voor recht dat het per brief van 28 juli 2013 gegeven ontslag op staande voet nietig is, alles met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure.
2.2
[gedaagde] voert verweer.

3.De verdere beoordeling

3.1
Tussen partijen staan de volgende feiten in rechte vast:
partijen zijn d.d. 1 november 2012 een zorgovereenkomst aangegaan. Deze overeenkomst vermeldt als sub kopje ‘arbeidsovereenkomst’ en uit hoofde van die overeenkomst dient [eiseres] als zorgverlener ten behoeve van [gedaagde] als budgethouder (werkgever), werkzaamheden te verrichten bestaande uit het verlenen van hulp bij het huishouden, begeleiding en vervoer wanneer dat medisch is geïndiceerd. Deze zorgovereenkomst is ingegaan op 2 februari 2013, geldt voor onbepaalde tijd en vermeldt een vast aantal uren van 9 uur per week (evenredig) te verdelen over de maandag-, woensdag- en vrijdagochtend. Voorts staat als Wmo-uurloon een bedrag van € 17,00 bruto opgenomen, met de vermelding dat de vakantie-uren (8,33%) bij het uurloon zijn inbegrepen. Voor begeleiding staat een bedrag van € 30,00 bruto per uur;
partijen zijn d.d. 1 maart 2013 een nieuwe zorgovereenkomst aangegaan. Deze overeen-komst vermeldt als sub kopje ‘met een freelancer’ en uit hoofde van die overeenkomst dient [eiseres] als zorgverlener ten behoeve van [gedaagde] als budgethouder (opdrachtgever), werkzaamheden te verrichten bestaande uit persoonlijke verzorging, verpleging en begeleiding. Deze zorgovereenkomst is ingegaan op 1 maart 2013, geldt voor onbepaalde tijd en vermeldt dat een variabel aantal uren gewerkt wordt. Voorts staat als vergoeding per uur een bedrag van € 35,00 bruto opgenomen. Vermeld is dat [eiseres] over een VAR-wuo verklaring beschikt en dat de vergoeding overgemaakt dient te worden op het rekeningnummer van [bedrijf], zijnde de onderneming van [eiseres];
eind juli 2013 zegt [gedaagde] de overeenkomst met [eiseres] met onmiddellijke ingang op en [eiseres] heeft nadien geen werkzaamheden meer ten behoeve van [gedaagde] verricht;
[eiseres] heeft [gedaagde] bij mail d.d. 16 augustus 2013 een factuur gezonden ad € 3.275,85, welke factuur [gedaagde] niet heeft betaald.
3.2
[eiseres] grondt haar vordering op de tussen partijen bestaand hebbende arbeids-overeenkomst. Zij stelt -verkort weergegeven- dat [gedaagde] bij de opzegging van de tussen hen bestaande overeenkomst, een opzegtermijn in acht had moeten nemen van een maand. Nu [gedaagde] dat heeft nagelaten, maakt [eiseres] aanspraak op loon over die opzegtermijn, zijnde een bedrag van € 3.275,85. Het door haar in rekening gebrachte bedrag is het gemiddelde maandloon van de maanden mei, juni en juli 2013. Nu betaling van dit bedrag, ondanks sommaties, is uitgebleven maakt [eiseres] tevens aanspraak op vergoeding van de wettelijke rente. Voorts vordert zij voor recht te verklaren dat het per brief van 28 juli 2013 gegeven ontslag op staande voet nietig is.
3.3
[gedaagde] voert aan dat er tussen partijen laatstelijk een freelance-overeenkomst heeft bestaan, welke hij per 28 juli 2013 per direct heeft opgezegd. Tot die tijd heeft hij aan zijn betalings-verplichting voldaan en omdat [eiseres] na 28 juli 2013 niet meer heeft gewerkt, is [gedaagde] van mening dat hij geen vergoeding meer aan haar verschuldigd is. Verder geeft hij aan dat de door [eiseres] in rekening gebrachte factuur niet uit de PGB-gelden kan worden voldaan, nu hier geen gewerkte uren tegenover staan. Hij stelt zelf niet over middelen te beschikken om welke vordering dan ook van [eiseres] te voldoen.
3.4
Opgemerkt wordt dat [eiseres] bij dagvaarding haar vordering grondt op de tussen partijen gesloten overeenkomst d.d. 1 november 2012. Nadat [gedaagde] bij conclusie van antwoord verweer heeft gevoerd, geeft [eiseres] aan dat er, zoals door [gedaagde] betoogd, d.d. 1 maart 2013 een nieuwe overeenkomst tussen partijen is gesloten. Volgens [eiseres] maakt dit voor de omvang en de grondslag van de vordering niet uit, maar zoals onder 3.1.a respectievelijk 3.1.b is weergegeven, zitten er behoorlijke verschillen tussen beide overeenkomsten. De kernvraag die partijen verdeeld houdt is of de tussen hen gesloten overeenkomst moet worden aangemerkt als een arbeidsovereenkomst of als een overeenkomst van opdracht. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad is het voor de vraag of een rechtsverhouding moet worden gekwalificeerd als een arbeidsovereenkomst dan wel als een opdracht, bepalend wat partijen bij het sluiten van de overeenkomst voor ogen stond, mede in aanmerking genomen de wijze waarop ze feitelijk aan de overeenkomst uitvoering hebben gegeven en aldus daaraan inhoud hebben gegeven. Een arbeidsovereenkomst is volgens de definitie in de wet een overeenkomst waarbij de ene partij, de werknemer, zich verbindt in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten. Een freelance-overeenkomst is een niet-juridische term voor een overeenkomst van opdracht. De overeenkomst van opdracht is volgens de definitie in de wet de overeenkomst waarbij de ene partij, de opdrachtnemer, zich jegens de andere partij, de opdrachtgever, verbindt anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst werkzaamheden te verrichten die in iets anders bestaan dan het tot stand brengen van een werk van stoffelijke aard, het bewaren van zaken, het uitgeven van werken of het vervoeren of doen vervoeren van personen of zaken. De scheidslijn tussen een freelance-overeenkomst en een arbeidsovereenkomst kan dun zijn en de naam die partijen aan de overeenkomst geven is niet bepalend bij de beantwoording van de vraag of de rechtsverhou-ding tussen partijen moet worden gekwalificeerd als een arbeidsovereenkomst dan wel als een freelance-overeenkomst. Laatstgenoemde overeenkomst biedt partijen -eenvoudig weergegeven- veel flexibiliteit en vrijblijvendheid, terwijl een arbeidsovereenkomst niet zomaar beëindigd kan worden. Indien er geoordeeld wordt dat er in het onderhavige geval sprake is van een arbeidsovereenkomst dan is [gedaagde] -verkort weergegeven- gehouden het loon over de opzegtermijn van een maand door te betalen. Indien er geoordeeld wordt dat er in het onderhavige geval sprake is van een freelance-overeenkomst dan is [gedaagde] niet tot betaling gehouden. [eiseres] heeft na 28 juli 2013 immers niet meer gewerkt en [gedaagde] heeft tot die tijd aan zijn betalingsverplichting jegens [eiseres] voldaan.
3.5
Gelet op de omstandigheden van het geval wordt geoordeeld als volgt. Aanvankelijk hebben partijen d.d. 1 november 2012 een zorgovereenkomst gesloten. Vervolgens zijn partijen welbewust op 1 maart 2013 een andere zorgovereenkomst met elkaar aangegaan. Er zijn essentiële verschillen tussen beide overeenkomsten. Zo vermeldt de eerste overeenkomst als sub kopje ‘arbeidsovereenkomst’, waarbij de zorgverlener wordt aangeduid als werknemer en de budgethouder als werkgever. Er is een vast aantal uren van 9 uur per week overeengekomen en als Wmo-uurloon staat een bedrag van € 17,00 bruto opgenomen, met de vermelding dat de vakantie-uren (8,33%) bij het uurloon zijn inbegrepen. Voor begeleiding staat een bedrag van € 30,00 bruto per uur. De eerste overeenkomst is ingegaan op 2 februari 2013 en al binnen één maand, namelijk per 1 maart 2013, is de tweede overeenkomst aangegaan. Deze zorgovereen-komst vermeldt als sub kopje ‘met een freelancer’, waarbij de zorgverlener wordt aangeduid als opdrachtnemer en de budgethouder als opdrachtgever. Er is vermeld dat een variabel aantal uren wordt gewerkt waarbij niet gesteld of gebleken is dat [eiseres] niet zelf kon bepalen of zij wel of niet beschikbaar was voor het verrichten van werkzaamheden. Voor begeleiding staat een bedrag van € 35,00 bruto per uur en er staat niets vermeld over een vergoeding van vakantie-uren. Wel is vermeld dat [eiseres] over een VAR-wuo verklaring beschikt en dat de vergoeding overgemaakt moet worden op het rekeningnummer van [bedrijf], zijnde de onderneming van [eiseres]. Uit het sluiten van de tweede overeenkomst kan niet anders worden afgeleid dan dat partijen voor ogen stond om de samenwerking na de maand februari 2013 op een andere manier vorm te geven. De uren zijn veranderd van vast naar flexibel waarbij een hoger uurloon is overeengekomen. Over doorbetaling tijdens ziekte of vakantie is in de tweede overeenkomst niets geregeld, noch ontving [eiseres] op grond van die tweede overeenkomst vakantietoeslag. [eiseres] heeft ook welbewust aangegeven over een VAR-wuo verklaring te beschikken. Een dergelijke verklaring geeft de opdrachtgever van een ZZP-er zekerheid over zijn of haar fiscale status. Daarnaast heeft [eiseres] in de tweede overeenkomst aangegeven dat de vergoeding uitbetaald moest worden op het rekeningnummer van haar onderneming [bedrijf]. [eiseres] heeft niet concreet gemotiveerd gesteld dat er sprake was van een zodanige gezagsverhouding die met zich brengt dat de tussen partijen gesloten overeenkomst moet worden gekwalificeerd als een arbeidsovereenkomst. Dit is ook anderszins niet gebleken. Ook in geval van een overeenkomst van opdracht is de opdrachtgever immers bevoegd de opdrachtnemer aanwijzingen te geven. Gelet op de ernst van de beperkingen die [gedaagde] heeft (hij is volledig zorgbehoevend), moet het er -nu daaromtrent niets anders is gesteld- voor worden gehouden dat [eiseres] een grote mate van zelfstandigheid had bij het uitvoeren van de overeengekomen zorgtaken. Dit alles in aanmerking genomen en in onderling verband bezien, leidt tot het oordeel dat de tussen partijen gesloten zorgovereenkomst d.d. 1 maart 2013 is aan te merken als een overeenkomst van opdracht. Deze overeenkomst van opdracht is rechtsgeldig door [gedaagde] opgezegd op 28 juli 2013. Nu [eiseres] na die datum geen werkzaamheden meer voor [gedaagde] heeft verricht, heeft zij niets meer van hem te vorderen. Haar vorderingen worden dan ook afgewezen. De overige geschilpunten tussen partijen behoeven geen verdere bespreking.
3.6
Als de in het ongelijk te stellen partij wordt [eiseres] veroordeeld in de proceskosten. Aangezien [gemachtigde]zich (pas) bij brief d.d. 1 mei 2014 als gemachtigde van [gedaagde] heeft gesteld, wordt voor het salaris gemachtigde één punt toegekend.

4.De beslissing

De kantonrechter:
wijst de vorderingen af;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van de procedure aan de zijde van [gedaagde] gevallen en tot op heden begroot op een bedrag van € 175,00 aan salaris gemachtigde.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.J. van den Boom, en in het openbaar uitgesproken op 12 november 2014.