ECLI:NL:RBZWB:2014:7614
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kooijman
- Dekker
- Fijneman
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring bezwaarschrift tegen afwijzing verhoor getuigen door rechter-commissaris
Verdachte is in een strafrechtelijk onderzoek betrokken wegens poging tot zware mishandeling of poging tot doodslag. De rechter-commissaris heeft onderzoekshandelingen bevolen, waaronder het horen van vijf getuigen, maar heeft het horen van twee andere getuigen afgewezen. De verdediging heeft tegen deze afwijzing bezwaar gemaakt en een bezwaarschrift ingediend.
De rechtbank heeft alle bezwaren van de verdediging afzonderlijk beoordeeld. De bezwaren betroffen onder meer het niet tijdig verstrekken van stukken, het niet horen van verdachte op de zienswijze van het Openbaar Ministerie, het niet houden van een regiebijeenkomst, het ontbreken van motivering bij beslissingen en het afwijzen van het horen van specifieke getuigen.
De rechtbank oordeelt dat geen van de bezwaren gegrond is. Er bestaat geen wettelijke verplichting tot eerdere toezending van stukken, het horen van verdachte is discretionair, en het houden van een regiebijeenkomst is niet verplicht. Ook de motiveringen van de rechter-commissaris voldoen aan de wettelijke eisen. De afwijzing van het horen van de twee getuigen is terecht, omdat de verzoeken onvoldoende waren onderbouwd en de verklaringen van die getuigen niet relevant zijn voor het onderzoek.
Daarom verklaart de rechtbank het bezwaarschrift ongegrond en bevestigt zij de beslissingen van de rechter-commissaris.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen de afwijzing van het verhoor van twee getuigen wordt ongegrond verklaard.