ECLI:NL:RBZWB:2014:7352
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vaststelling erfpachtscanon naar billijkheid voor perceel met ingang van 2010
In deze zaak staat de periodieke herziening van de erfpachtscanon centraal voor een perceel te [woonplaats]. De procedure volgde na een tussenvonnis waarbij een deskundige werd benoemd om de waarde van het perceel te bepalen. Partijen verschillen van mening over de hoogte van de canon en de waardering van het perceel als bouwgrond dan wel deels tuingrond.
De deskundige concludeerde dat de gemeente geen onderscheid maakt tussen bouwgrond en tuingrond bij uitgifte, maar kleinere stukken soms als tuingrond tegen lagere prijs verkoopt. De kantonrechter oordeelt dat het billijk is om voor 610 m² bouwgrond en 230 m² tuingrond uit te gaan, wat leidt tot een jaarlijkse canon van €2.548, zijnde 4% van de waarde van het perceel.
De vordering tot betaling van achterstallige canon wordt gedeeltelijk toegewezen, waarbij het verschil tussen de vastgestelde canon en de betaalde bedragen over januari 2010 tot maart 2012 met wettelijke rente vanaf 30 oktober 2014 moet worden voldaan. Verder wordt bepaald dat het vonnis dezelfde kracht heeft als een notariële akte en dat de gedaagde de kosten van inschrijving in de openbare registers moet dragen. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen.
Uitkomst: De erfpachtscanon wordt vastgesteld op €2.548 per jaar vanaf 1 januari 2010 en gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het achterstallige verschil met rente.