Belanghebbende ontving een naheffingsaanslag parkeerbelasting omdat parkeercontroleurs constateerden dat er geen geldig parkeerkaartje zichtbaar was in haar auto. Zij maakte bezwaar en voegde een origineel parkeerkaartje toe met een geldigheidstijd die de parkeerperiode dekte. De heffingsambtenaar wees het bezwaar af en handhaafde de aanslag.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar de bewijslast droeg om aan te tonen dat het parkeerkaartje niet zichtbaar achter de voorruit lag. De enkele verklaring van parkeercontroleurs en twee onduidelijke foto's waren onvoldoende bewijs. Belanghebbende toonde een origineel kaartje en gaf een geloofwaardige verklaring, ondersteund door een getuige.
De rechtbank nam tevens in aanmerking dat foto's konden worden gemaakt waarop het kaartje niet zichtbaar was, ook als het wel aanwezig lag. Daarom werd de naheffingsaanslag onterecht opgelegd en vernietigd. Daarnaast werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht van belanghebbende.