ECLI:NL:RBZWB:2014:722
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting bedrijfsruimte wegens handelshoeveelheid hennep
Verzoekers maakten bezwaar tegen het besluit van de burgemeester van Tilburg tot sluiting van hun bedrijfsruimte wegens het aantreffen van een handelshoeveelheid hennep. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld tijdens een zitting op 6 februari 2014.
De rechter stelde vast dat in beide delen van het pand meer dan 5 gram hennep was aangetroffen, wat een overtreding van artikel 3 van Pro de Opiumwet vormt. Gezien de hoeveelheid was het aannemelijk dat de drugs bestemd waren voor verkoop, niet voor eigen gebruik. De burgemeester was op grond van artikel 13b van de Opiumwet bevoegd tot sluiting van het pand.
De belangenafweging toonde dat hoewel verzoekers en de derde partij een groot financieel belang hadden, dit belang reeds was verdisconteerd in het Damoclesbeleid dat handhaving van de openbare orde en bestrijding van drugshandel prioriteert. De rechter vond geen bijzondere omstandigheden om van het beleid af te wijken.
De voorlopige voorziening werd daarom afgewezen, waardoor de sluiting van het pand per 14 februari 2014 voor zes maanden in stand blijft. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de bedrijfsruimte wordt afgewezen en de sluiting voor zes maanden blijft van kracht.