De Gemeente Oosterhout vordert vervroegde onteigening van twee percelen ten behoeve van het bestemmingsplan “De Contreie”. De dagvaarding is uitgebracht nadat een Koninklijk Besluit tot onteigening was gepubliceerd en de Gemeente ondanks pogingen niet tot minnelijke verwerving kon komen.
De gedaagde betwist de vordering en voert aan dat de Gemeente onvoldoende heeft gedaan om tot minnelijke overeenstemming te komen, dat het Koninklijk Besluit in strijd is met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel en dat de onteigening prematuur is omdat de werkzaamheden binnen vijf jaar niet zullen starten.
De rechtbank oordeelt dat de Gemeente voldoende en redelijke pogingen heeft gedaan tot minnelijke verwerving, dat de Kroon zich voldoende heeft geïnformeerd en dat het Koninklijk Besluit niet in strijd is met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. Tevens is de onteigening niet prematuur omdat binnen vijf jaar met de werkzaamheden zal worden begonnen.
De rechtbank wijst de vordering tot vervroegde onteigening toe, bepaalt een voorschot op de schadeloosstelling van €555.750 en stelt een zekerheidstelling van €61.750 vast. Verder wordt het voorlopig oordeel van deskundigen als concept-rapport aangewezen en een datum voor de neerlegging daarvan vastgesteld.