Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- het tussenvonnis van 9 april 2014
- het proces-verbaal van comparitie van 26 mei 2014 en de in dat proces-verbaal genoemde stukken.
2.De feiten
3.Het geschil
in conventie
voorwaardelijk,voor het geval de eis in conventie wordt toegewezen:
- de vrouw veroordeelt om aan de man te betalen een bedrag van € 172.311,--, dan wel een door de rechtbank te bepalen bedrag, vermeerderd met rente vanaf 12 maart 2014 tot de datum van algehele voldoening dan wel over een door de rechtbank te bepalen termijn;
- bepaalt dat de man de woning pas behoeft te verlaten binnen veertien dagen nadat de vrouw het aan hem toekomende bedrag heeft betaald dan wel voor dat bedrag zekerheid heeft gesteld met een bankgarantie,
- alles met veroordeling van de vrouw in de kosten van deze procedure.