ECLI:NL:RBZWB:2014:6272
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing incassokosten in strijd met redelijkheid en billijkheid bij betalingsregeling zorgpremies
De zaak betreft een vordering van CZ tegen een verzekerde wegens achterstallige premiebetalingen over 2007 en 2008. Er was een afbetalingsregeling van €30 per maand overeengekomen voor twee dossiers. De verzekerde had een bedrag van €94,33 betaald vlak voor de dagvaarding, waarmee een dossier was afgelost.
CZ vorderde betaling van €939,34 plus rente en kosten, maar de verzekerde betwistte dit en stelde dat hij zich aan de regeling hield en dat kosten dubbel werden berekend. De kantonrechter oordeelde dat de premie over oktober 2007 niet in het WSNP-traject was meegenomen en dat de betaling van €94,33 op 3 maart 2014 het dossier 775508 had gesloten.
Omdat CZ te vroeg had gedagvaard en de verzekerde de schuld grotendeels had afgelost, achtte de kantonrechter het onredelijk om incassokosten toe te wijzen. De hoofdsom werd verminderd tot €612,37 en de proceskosten werden ieder voor eigen rekening genomen.
Uitkomst: De verzekerde wordt veroordeeld tot betaling van €612,37 plus rente, incassokosten worden afgewezen en proceskosten worden ieder voor eigen rekening gedragen.