ECLI:NL:RBZWB:2014:5873

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 augustus 2014
Publicatiedatum
20 augustus 2014
Zaaknummer
AWB-14_2855
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • D. Hund
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet belasting zware motorrijtuigenArtikel 27h, derde lid AWRArtikel 28, zevende lid AWR
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering van verzuimboeten wegens disproportionaliteit bij naheffingsaanslagen BZM

Belanghebbende, houder van een vrachtauto, heeft op vijf verschillende dagen in 2013 gebruik gemaakt van de openbare weg zonder het vereiste eurovignet aan te schaffen, wat leidde tot naheffingsaanslagen van € 8 per overtreding en verzuimboeten van € 246 per aanslag. De inspecteur handhaafde deze boeten bij uitspraken op bezwaar.

De rechtbank constateert dat de naheffingsaanslagen terecht zijn opgelegd, maar dat de boeten disproportioneel zijn omdat zij pas ruim na de overtredingen werden opgelegd en sindsdien belanghebbende aan haar fiscale verplichtingen heeft voldaan. De rechtbank acht het aannemelijk dat een eenmalige boete het gewenste nalevingseffect zou hebben gehad.

Daarom vermindert de rechtbank de boeten tot één boete van € 246 en verklaart het beroep gegrond voor zover het de boeten betreft. Het beroep wordt voor het overige ongegrond verklaard. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed.

Uitkomst: De rechtbank vermindert de opgelegde verzuimboeten tot één boete van € 246 wegens disproportionaliteit.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer
Locatie: Breda
Procedurenummers AWB 14/2855 tot en met 14/2859
uitspraak van 20 augustus 2014
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen
[belanghebbende] B.V., gevestigd te [plaats X],
belanghebbende,
en
de inspecteur van de Belastingdienst/Centrale administratie,
de inspecteur.
De bestreden uitspraken op bezwaar
De in één geschrift vervatte uitspraken van de inspecteur van 11 april 2014 op de bezwaren van belanghebbende tegen de aan haar opgelegde naheffingsaanslagen belasting zware motorrijtuigen (hierna: BZM) en de gelijktijdig bij beschikkingen vastgestelde verzuimboeten.
Zitting
Met toestemming van partijen is het onderzoek ter zitting achterwege gebleven.

1.Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond voor zover het de boeten betreft;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar betreffende de boeten;
- vermindert de boeten tot een totaalbedrag van € 246;
- verklaart het beroep voor het overige ongegrond;
- gelast dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 328
aan deze vergoedt.

2.Gronden

2.1.
Belanghebbende is volgens de kentekenregistratie sinds 17 juni 2009 houder van een motorrijtuig van het merk Renault, met het kenteken [kenteken] (hierna: het motorrijtuig).
2.2.
Geconstateerd is dat met het motorrijtuig op 25, 28, 30 en 31 oktober 2013 en op 19 december 2013 gebruik is gemaakt van de openbare weg, terwijl de verschuldigde BZM niet op aangifte was voldaan.
2.3.
De inspecteur heeft daarop aan belanghebbende onderstaande naheffingsaanslagen en boetebeschikkingen opgelegd:
Proc. nr.
Aanslagnr.
[aanslagnummer].Z.
Controledatum
Dagtekening
Naheffing
Boete
14/2855
30001.8
25 oktober 2013
27 december 2013
€ 8
€ 246
14/2856
30002.8
28 oktober 2013
27 december 2013
€ 8
€ 246
14/2857
30003.8
30 oktober 2013
27 december 2013
€ 8
€ 246
14/2858
30004.8
31 oktober 2013
27 december 2013
€ 8
€ 246
14/2859
40001.8
19 december 2013
28 februari 2014
€ 8
€ 246
2.4.
Bij uitspraken op bezwaar met dagtekening 11 april 2014 heeft de inspecteur de onderhavige naheffingsaanslagen en de boetebeschikkingen gehandhaafd.
2.5.
In geschil is het antwoord op de vraag of de boetebeschikkingen terecht en tot juiste bedragen zijn vastgesteld. Tussen partijen is niet in geschil dat met het motorrijtuig op de controledata zonder een eurovignet gebruik is gemaakt van de openbare weg en dat de naheffingsaanslagen terecht en tot juiste bedragen zijn opgelegd.
2.6.
Belanghebbende verklaart dat het gebruik van de openbare weg zonder eurovignet het gevolg is van een misverstand tussen haar en de chauffeur van het motorrijtuig. Nu voor het opleggen van de onderhavige boeten schuld of opzet bij belanghebbende niet is vereist, vormt dit op zich geen aanleiding de opgelegde boeten te vernietigen of te verminderen.
2.7.
Waar echter de – relatief hoge – boeten in de wet worden gerechtvaardigd ten einde nakoming van de fiscale verplichtingen af te dwingen, vindt de rechtbank in de specifieke omstandigheden van het onderhavige geval aanleiding om de opgelegde boeten te verminderen. Daarbij neemt de rechtbank in overweging dat de onderhavige naheffingsaanslagen met boeten alle eerst werden opgelegd ruim nadat alle daaraan ten grondslag liggende overtredingen hadden plaatsgehad en in zoverre effect hebben gehad dat belanghebbende sindsdien aan haar fiscale verplichtingen inzake de BZM heeft voldaan. Aannemelijk is derhalve dat ook een eenmalige boete tot het daarmee beoogde resultaat zou hebben geleid.
2.8.
De rechtbank acht de opgelegde boeten, waar deze het bedrag van € 246 te boven gaan, in zoverre disproportioneel.
2.9.
Gelet op het vorenstaande is het beroep gegrond verklaard voor zover het de boeten betreft. De boeten dienen te worden verminderd tot € 246. Voor het overige is het beroep ongegrond.
2.10.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, omdat niet is gesteld of aannemelijk is geworden dat belanghebbende kosten heeft gemaakt die op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen.
Deze uitspraak is gedaan op 20 augustus 2014 door mr. D. Hund, rechter, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. L. Arts, griffier.
De griffier, De rechter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Aan deze uitspraak hoeft eerst uitvoering te worden gegeven als de uitspraak onherroepelijk is geworden. De uitspraak is onherroepelijk als niet binnen zes weken na verzending van de uitspraak een rechtsmiddel is aangewend of onherroepelijk op het aangewende rechtsmiddel is beslist (artikel 27h, derde lid en artikel 28, zevende lid AWR).
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583,
5201 CZ ’s-Hertogenbosch.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep.
Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.