Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verzoek en de beoordeling
[naam], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] en wonende te [woonplaats], [adres], een nalatenschap te kunnen verwerpen.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Verzoekers hebben namens een minderjarige een machtiging gevraagd om de nalatenschap van de overleden erflater te verwerpen. Zij stelden dat zij nauwelijks contact hadden met de erflater en vermoedden dat de nalatenschap negatief zou zijn vanwege schulden en gebrek aan waardevolle bezittingen.
De kantonrechter vroeg om bewijsstukken van baten en lasten van de nalatenschap, maar deze werden niet overgelegd. Zonder deze informatie kon niet met zekerheid worden vastgesteld dat de nalatenschap negatief was, terwijl het belang van de minderjarige voorop staat.
Daarom werd het verzoek afgewezen en werd bepaald dat de nalatenschap namens de minderjarige beneficiair moet worden aanvaard. De kantonrechter verwees daarbij naar de wettelijke taken van de vereffenaar zoals bepaald in Boek 4 BW.
Tegen deze beschikking kan binnen drie maanden hoger beroep worden ingesteld door verzoekers en belanghebbenden.
Uitkomst: Het verzoek tot verwerping van de nalatenschap namens de minderjarige wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat de nalatenschap negatief is.