Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[gedaagde 2],
[gedaagde 4],
1.De procedure
- de dagvaarding tevens houdende de incidentele vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening
- de conclusie van antwoord in het incident
- de antwoordakte.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze civiele procedure vordert eiseres, aandeelhouder van SCI, onder meer exhibitie van correspondentie en financiële administratie van gedaagde partijen, schorsing van de bestuurder van SCI en een verbod op concurrerende activiteiten. Eiseres baseert haar vorderingen op een vermoedelijke onrechtmatige concurrentie en schending van een concurrentiebeding.
De rechtbank stelt vast dat de gevorderde exhibitie te ruim en onvoldoende bepaald is, waardoor niet kan worden vastgesteld of het belang van eiseres zwaarder weegt dan het bedrijfsbelang van gedaagden. Daarnaast is het schorsingsverzoek afgewezen omdat alleen de algemene vergadering van aandeelhouders een bestuurder kan schorsen, niet de rechter.
Ook het verbod op concurrerende activiteiten wordt afgewezen vanwege het ontbreken van voldoende bewijs voor het bestaan van een concurrentiebeding. De rechtbank veroordeelt eiseres tot betaling van de proceskosten. De hoofdzaak wordt verwezen naar een latere rolzitting.
Uitkomst: De rechtbank wijst de gevorderde voorzieningen af en veroordeelt eiseres in de proceskosten.