ECLI:NL:RBZWB:2014:3982

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 mei 2014
Publicatiedatum
11 juni 2014
Zaaknummer
2885996_E28052014
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:209 BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing van de vereffening van een nalatenschap wegens geringe baten

Verzoekster, als vereffenaar van de beneficiair aanvaarde nalatenschap van Adrianus Josephus Petrus van Gennip, verzoekt op grond van artikel 4:209 BW Pro om opheffing van de vereffening vanwege de geringe waarde van de baten ten opzichte van de schulden.

De kantonrechter stelt vast dat de waarde van de baten zodanig gering is dat opheffing van de vereffening gerechtvaardigd is. Hoewel de wet publicatie van de opheffing voorschrijft, wordt vanwege de geringe baten en de kosten daarvan besloten af te zien van publicatie in de Staatscourant en nieuwsbladen. In plaats daarvan zal bekendmaking plaatsvinden via internet, wat een even goede of betere informatievoorziening biedt zonder extra kosten.

De vereffeningskosten worden vastgesteld op €1.360,00, waarbij een correctie is gemaakt op de opgegeven griffierechten. De griffier wordt opgedragen de opheffing in het boedelregister in te schrijven. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open binnen drie maanden, met verplichte advocaatbijstand.

Uitkomst: De opheffing van de vereffening van de nalatenschap wordt bevolen met vaststelling van de vereffeningskosten en ontheffing van de wettelijke publicatieplicht.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Kanton
Bergen op Zoom
zaak/rolnr.: 2885996 OV VERZ 14-1604
beschikking d.d. 28 mei 2014 op een verzoek tot het bevelen van de opheffing van de vereffening ex artikel 4:209 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW)
ingediend door:
Wilhelmina Jacoba Huberdina van Gennip, wonende te 2907 GA Capelle aan den IJssel, Bugel 42,
erfgename in de nalatenschap van:
Adrianus Josephus Petrus van Gennip,
laatstelijk gewoond hebbende te 4871 AR Etten-Leur, Markenland 129,
overleden te Etten-Leur op 9 maart 2008,
nader te noemen erflater.
1. Het verloop van het geding
De procesgang blijkt uit het op 10 april 2014 ter griffie ontvangen verzoekschrift, met bijlagen, tevens houdende de mededeling dat afgezien wordt van het recht om op het verzoek te worden gehoord.

2.Het verzoek

2.1
Verzoekster, vereffenaar in de beneficiair aanvaarde nalatenschap van erflater, verzoekt op grond van het bepaalde in artikel 4:209 BW Pro opheffing van de vereffening, vanwege de geringe waarde van de baten van de nalatenschap.
2.2
Ter onderbouwing van het verzoek is een vermogensbeschrijving overgelegd.
2.3
Verzoekster heeft afgezien van verhoor door de kantonrechter.

3.De beoordeling

3.1
De kantonrechter is van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat de waarde van
de baten van de nalatenschap zodanig gering is, dat er - gelet op de waarde van de schulden -
aanleiding is om de opheffing van de vereffening te bevelen.
3.2
De wet bepaalt dat deze opheffing dient te worden gepubliceerd. Nu er vrijwel geen baten zijn, wordt geoordeeld dat het in niemands belang is om daarvoor nog kosten te maken. Omdat de nalatenschap beneficiair aanvaard is zouden de kosten van publicatie voor rekening van het budget voor de rechtspraak komen, dus voor rekening van de Staat. Nu geen publicatie heeft plaatsgevonden van het vereffenaarschap en er ook verder geen dwingende noodzaak bestaat voor de -kostbare- wettelijk voorgeschreven wijze van bekendmaking (publicatie in de Staatscourant en advertentie in twee nieuwsbladen), zal deze niet worden voorgeschreven. De belanghebbenden kunnen immers ook op een andere wijze, namelijk via internet, worden geïnformeerd, hetgeen iedere belanghebbende een even goede, wellicht betere, mogelijkheid geeft om de financiële situatie van de nalatenschap te kunnen inzien. Dit brengt ook geen nieuwe kosten met zich mee. De bekendmaking van de beschikking zal plaatsvinden op www.rechtspraak.nl/uitspraken. Deze wijze van bekendmaking komt in de huidige tijd met internet beter tegemoet aan de bedoeling van de wetgever, dan met de publicatiemiddelen uit de tijd waarin het huidige erfrecht werd ontworpen, toen de toegang tot internet nog niet algemeen was. Verzoeker zal daarom worden ontheven van de wettelijke publicatieplicht.
3.3
In het verzoekschrift wordt gesteld dat de vereffeningskosten € 1.500,00 bedragen. Hierin is begrepen een bedrag ad € 100,00 aan griffierecht voor het onderhavige verzoekschrift, terwijl dit feitelijk € 77,00 bedraagt, een bedrag van € 1.283,00 aan o.a. notariële kosten en een bedrag van € 117,00 aan griffierecht voor de akte van beneficiaire aanvaarding bij de rechtbank. Deze laatste post valt echter niet onder de vereffeningskosten. De vereffeningskosten zullen daarom worden vastgesteld op € 1.360,00.
3.4
De griffier zal zorg dragen voor inschrijving van de opheffing van de vereffening in het boedelregister.

4.De beslissing

De kantonrechter:
- beveelt de opheffing van de vereffening van de nalatenschap van erflater;
- stelt de reeds gemaakte vereffeningkosten vast op € 1.360,00 en brengt deze kosten ten laste van de boedel;
- verstaat dat deze beschikking bekend gemaakt zal worden door plaatsing op www.rechtspraak.nl/uitspraken;
- wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.E.M. Verjans, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 28 mei 2014, in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld:
door de verzoek(st)er en door de in de procedure verschenen belanghebbenden: binnen drie maanden te rekenen van de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.
Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te 's‑Hertogenbosch.