Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 8 mei 2014 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], te [vestigingsplaats], eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV van 29 juli 2013 over de toekenning van een WIA-uitkering aan een werkneemster. De werkneemster had geen toestemming gegeven voor inzage in medische stukken door eiseres. De rechtbank bepaalde dat eiseres geen kennis mocht nemen van deze stukken.
Eiseres diende elf dagen voor de zitting een aanvullend beroepschrift met medische en arbeidskundige rapportages in, die de rechtbank wegens schending van de goede procesorde buiten beschouwing liet. Het UWV kreeg hierdoor geen mogelijkheid om op deze stukken te reageren.
De rechtbank stelde vast dat de rapportages al geruime tijd bij de gemachtigde van eiseres aanwezig waren en dat er voldoende gelegenheid was om deze eerder in te dienen. De inhoudelijke beoordeling van de arbeidsongeschiktheid, gebaseerd op medische en arbeidsdeskundige rapporten, leidde tot een vaststelling van 35 tot 80% arbeidsongeschiktheid, wat juist werd bevonden.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter J.F.I. Sinack op 8 mei 2014.
Uitkomst: Het beroep tegen het UWV-besluit over de mate van arbeidsongeschiktheid wordt ongegrond verklaard.