Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 8 april 2014 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam verzoeker], te [woonplaats], verzoeker,
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sluis, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor wat betreft de daaraan verbonden voorschriften 7.1.2., sub c en d, en 7.1.4.;
- bepaalt dat de voorschriften 7.1.2., sub d, en 7.1.4. worden geschrapt;
- bepaalt dat voorschrift 7.1.2., sub c, wordt gewijzigd en komt te luiden als volgt: “De in dit voorgaande lid (7.1.2., sub b) voorgeschreven maatregel dient binnen 10 weken nadat de vergunning in werking is getreden ten uitvoer te zijn gelegd.”;
- bepaalt dat aan het bestreden besluit een nieuw voorschrift 7.1.4. wordt verbonden die komt te luiden als volgt: “Het is inrichtinghouder niet toegestaan om de twee in de kopgevel aanwezige mobiele ventilatoren gedurende de nachtperiode in werking te hebben.”;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit voor zover dat is vernietigd;
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 320,= aan verzoeker te vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 974,=.