Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
- op 15 juni 2007 de eerste aangifte loonheffingen over periode 6 op grond waarvan belanghebbende € 36.948 aan loonheffingen diende af te dragen
- op 7 juli 2007 de tweede aangifte loonheffingen op grond waarvan belanghebbende een bedrag van € 36.421 aan loonheffingen af diende te dragen.
- op 5 juli 2007, de eerste aangifte over de periode op grond waarvan belanghebbende een bedrag van € 37.954 aan loonheffingen diende af te dragen;
- op 6 juli 2007 een nihilaangifte;
- op 10 juli 2007 een tweede aangifte op grond waarvan belanghebbende een bedrag van € 37.941 diende af te dragen.
DE BETALING OP DE AANGIFTE LOONHEFFING 7E PER 2007 nummer [aanslagnummer].L.01.7770 TEN BEDRAGE VAN € 3.965,00 (..) € 3.965 IS VERREKEND MET AANGIFTENUMMER [aanslagnummer]L.01.7820 LOONHEFFING 12E PER 2007”.De ontvanger van de belastingdienst heeft aan belanghebbende op 18 januari 2008 een bedrag van € 32.003 met vermelding als betalingskenmerk “
TEVEEL [aanslagnummer.L01770]” overgemaakt. Belanghebbende heeft de belastingdienst bij brief van 21 januari 2008 verzocht aan te geven waarom dit bedrag is teruggestort en op welke wijze zij het bedrag kan terugbetalen. Naar aanleiding van vragen van de inspecteur gesteld bij brief van 25 februari 2008 en een telefoongesprek heeft belanghebbende bij brief van 4 maart 2008 kopieën overgelegd van de loonaangiftegegevens en de betalingsbewijzen. Op 9 mei 2008 wordt aan belanghebbende een bedrag van € 4.958 met betalingskenmerk “
TEVEEL [aanslagnummer.L017820]” overgemaakt.
- loonheffingen over het tijdperk 1 januari 2007 tot en met 31 december 2011;
- privégebruik auto 2007 tot en met 2011.
‘De aangegeven loonbelasting en premies volksverzekeringen stemmen overeen met de bedragen die op het loon van de werknemers zijn ingehouden en die zijn afgedragen aan de Belastingdienst’.
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
1. Indien de inhoudingsplichtige met betrekking tot een aangifte binnen vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin het tijdvak is aangevangen waarover die aangifte is gedaan constateert dat hij een onjuiste of onvolledige aangifte heeft gedaan, is hij verplicht gelijktijdig met de eerstvolgende aangifte, of de daarop volgende aangifte door middel van een correctiebericht alsnog de juiste en volledige gegevens te verstrekken.
5.Proceskosten
6.Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vernietigt de naheffingsaanslag;
€ 1.703,50;
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: