ECLI:NL:RBZWB:2014:1646

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 februari 2014
Publicatiedatum
13 maart 2014
Zaaknummer
2533559_E13022014
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 578b Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering gijzeling wegens betalingsonmacht bij niet-betaalde geldboete

De zaak betreft een vordering van de officier van justitie tot machtiging van het dwangmiddel gijzeling wegens het niet betalen van een opgelegde geldboete. De kantonrechter beoordeelt dat de officier van justitie onvoldoende gemotiveerd heeft dat andere incassomogelijkheden zijn uitgeput en dat het subsidiariteitsbeginsel is nageleefd.

Tijdens de mondelinge behandeling verschijnt betrokkene met zijn vriendin en een hulpverlener. Uit de toelichting blijkt dat betrokkene ernstige financiële problemen heeft met een schuldenlast van circa €10.000 en een lopende aanvraag voor onderbewindstelling. Betrokkene wenst wel te betalen maar is hiertoe niet in staat.

De kantonrechter concludeert dat er geen sprake is van betalingsonwil maar van betalingsonmacht. Het beoogde doel van gijzeling, het afdwingen van betaling, zal daardoor niet worden bereikt. Ook wijst de kantonrechter op het gemak waarmee dit zware dwangmiddel wordt ingezet en benadrukt de noodzaak van een deugdelijke individuele motivering.

Daarom wijst de kantonrechter de vordering tot machtiging gijzeling af en benadrukt dat tegen deze beslissing geen rechtsmiddel openstaat.

Uitkomst: De vordering tot machtiging tot toepassing van het dwangmiddel gijzeling wordt afgewezen wegens betalingsonmacht en onvoldoende motivering.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Kanton
Bergen op Zoom
zaaknummer : 2533559 \ SD VERZ 13-425
CJIB-nummer: 2000753968
uitspraak: 13 februari 2014
Beslissing op een vordering als bedoeld in artikel 578b Wetboek van Strafvordering (Sv),
aangaande:
naam: : [naam]
adres : [adres]
woonplaats :[woonplaats], nader te noemen: “bestrafte”.
--------------------

1.De beoordeling

1.1
Als geen volledig verhaal van een bij strafbeschikking opgelegde geldboete heeft plaatsgevonden, kan de officier van justitie in het arrondissement waar gestrafte zijn (GBA-)adres heeft, verzoeken te worden gemachtigd het dwangmiddel gijzeling toe te passen conform artikel 578b eerste lid Wetboek van Strafvordering. Dit dwangmiddel mag niet worden ingezet bij bestraften van wie bekend is dat ze niet kunnen betalen. De officier van justitie dient de door het CJIB voorbereide vordering machtiging gijzeling deugdelijk te beoordelen. De machtiging tot toepassing van het dwangmiddel gijzeling ex artikel 578b Sv dient naar het oordeel van de kantonrechter alleen te worden verleend indien aan het subsidiariteitsbeginsel is voldaan. Het aantal dagen gijzeling is afhankelijk van de hoogte van het openstaande bedrag dat in de strafbeschikking is opgenomen. Voor elke openstaande 50 euro kan één dag gijzeling worden gevorderd, met een maximum van zeven dagen per strafbaar feit. Uit deze vordering moet blijken dat de toepassing van dit zware dwangmiddel ook daadwerkelijk geïndiceerd is. De kantonrechter beslist ter zitting of iemand mag worden gegijzeld en zo ja, voor hoe lang. Tegen de beslissing van de kantonrechter kan geen rechtsmiddel, zoals hoger beroep, worden ingesteld. Dit maakt dat ook op de kantonrechter een motiveringsplicht rust!
1.2 In de onderhavige vordering wordt (onder meer)
ongemotiveerdgesteld dat geen verhaal met dwangbevel mogelijk is gebleken. Verder wordt vermeld dat de onderhavige geldboete ook na toepassing van een tweetal verhogingen niet is betaald. De officier van justitie bedient zich in zijn/haar toelichting op de vordering dwangmiddel van standaardformuleringen die onvoldoende recht doen aan de individuele zaak. Onvoldoende blijkt immers wat er concreet is gebeurd. De kantonrechter wenst vorderingen in deze vorm niet (langer) te honoreren. Dit ook niet in zaken waarin bestrafte -hoewel deugdelijk opgeroepen- niet verschijnt. Dat bij de incasso van dit soort sancties/geldboetes wordt gestreefd naar efficiëntie/doelmatigheid valt te begrijpen, maar dit mag niet leiden tot afbreuk van de rechten van een burger in een individuele procedure.
Een vordering als de onderhavige dient voldoende feitelijk te worden gemotiveerd/onderbouwd. Duidelijk moet zijn dat geen andere mogelijkheid dan toepassing van het dwangmiddel gijzeling meer openstaat. Aan deze motiveringeis voldoet de vordering niet. De vordering zal derhalve reeds om die reden worden afgewezen.
1.3
Voorts is tijdens de mondelinge behandeling van 13 februari 2014 het navolgende gebleken. Bestrafte is tijdens deze mondelinge behandeling in persoon verschenen, vergezeld door zijn vriendin mw. [naam]. Eveneens is dhr. [naam] (hulpverlener) verschenen. Ter zitting blijkt dat bestrafte financiële problemen heeft. Zijn schuldenlast bedraagt circa € 10.000,00. In dit verband loopt er een aanvraag onderbewindstelling, met als bewindvoerder[naam]. Bestrafte stelt wel te willen betalen, maar hiertoe, gelet op zijn financiële situatie, niet in staat te zijn.
1.4
De kantonrechter stelt op basis van bovengenoemde informatie vast dat bij betrokkene geen sprake is van betalingsonwil maar van betalingsonmacht en dat ook om die reden de vordering tot toepassing dwangmiddel gijzeling dient te worden afgewezen. Het beoogde doel van de gijzeling (het afdwingen van betaling door betrokkene) zal hiermee immers niet worden verwezenlijkt.
1.5
Wellicht ten overvloede merkt de kantonrechter op dat hij grote vraagtekens plaatst bij het gemak waarmee dit ingrijpende dwangmiddel door de officier van justitie op grote schaal wordt ingezet.

2. De beslissingDe kantonrechter wijst de vordering af.

Deze beslissing is gegeven door mr. W.E.M. Verjans, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 13 februari 2014 in tegenwoordigheid van de griffier.