ECLI:NL:RBZWB:2013:CA3719
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoeken tot machtiging gijzeling wegens financiële onmacht en strijd met bestuursbeginselen
Op 23 mei 2013 behandelde de kantonrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant vijf verzoeken van de officier van justitie tot machtiging tot toepassing van het dwangmiddel gijzeling ex artikel 28 WAHV Pro tegen betrokkene. De verzoeken werden afgewezen omdat zij niet voldeden aan het subsidiariteitsbeginsel en onvoldoende concreet waren gemotiveerd.
De kantonrechter oordeelde dat onvoldoende was aangetoond dat minder ingrijpende middelen, zoals verhaal op inkomsten, waren toegepast of niet effectief zouden zijn. Daarnaast was er sprake van financiële onmacht bij betrokkene, waardoor het doel van gijzeling – het afdwingen van betaling – niet bereikt zou worden. De verzoeken waren ook in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, met name het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel.
Verder merkte de kantonrechter op dat het CJIB-systeem niet adequaat controleerde of meerdere openstaande zaken bij dezelfde persoon bestonden, waardoor onnodige verzoeken werden ingediend. De officier van justitie keek naar elke zaak afzonderlijk zonder rekening te houden met eerdere afwijzingen. De kantonrechter uitte tevens kritiek op het gemak waarmee het ingrijpende dwangmiddel gijzeling op grote schaal wordt ingezet.
De beslissing werd genomen door kantonrechter W.E.M. Verjans en uitgesproken tijdens de openbare zitting van 23 mei 2013. De verzoeken werden afgewezen vanwege strijd met bestuursbeginselen en de financiële onmacht van betrokkene.
Uitkomst: De verzoeken tot machtiging tot gijzeling werden afgewezen wegens strijd met bestuursbeginselen en financiële onmacht van betrokkene.