ECLI:NL:RBZWB:2013:CA3220
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsrecht familielid EU-burger wegens niet voegen in gastland
Eiseres, een Dominicaanse nationaliteit houdende vrouw, is gehuwd met een Nederlandse man (referent). Na verblijf van de referent in Italië en Spanje, waar hij werkte zonder dat eiseres zich bij hem voegde, keerde hij terug naar Nederland. Eiseres vroeg op grond van artikel 9 Vreemdelingenwet Pro 2000 een verblijfsdocument aan als familielid van een EU-burger, welke werd afgewezen.
Zij stelde zich op het standpunt dat haar recht om zich bij haar echtgenoot te voegen niet was vervallen na diens terugkeer naar Nederland, verwijzend naar het arrest Metock. De rechtbank toetste dit aan de rechtspraak van het Hof van Justitie, met name het arrest Iida (C-40/11), waarin is bepaald dat het familielid zich in de gastlidstaat moet voegen bij de EU-burger om rechten aan de richtlijn te kunnen ontlenen.
De rechtbank concludeerde dat eiseres zich in Italië of Spanje had moeten voegen bij haar echtgenoot alvorens in Nederland als begunstigde van de richtlijn te kunnen worden aangemerkt. Omdat zij dit niet had gedaan, was de afwijzing van haar aanvraag terecht en werd het beroep ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat zij zich niet in de gastlidstaten bij haar echtgenoot heeft gevoegd en daardoor geen verblijfsrecht als familielid van een EU-burger in Nederland kan ontlenen.