ECLI:NL:RBZWB:2013:CA2518
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op proceskostenvergoeding bij herzieningsverzoek voorlopige aanslag
Belanghebbende diende bezwaar in tegen een voorlopige aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2011, omdat ten onrechte geen rekening was gehouden met de verrekening van de heffingskorting. Tevens verzocht belanghebbende om een proceskostenvergoeding.
De inspecteur behandelde het bezwaar als een herzieningsverzoek en legde een nadere voorlopige aanslag op. Het verzoek om kostenvergoeding wees de inspecteur af. De rechtbank bevestigt dat een voorlopige aanslag niet voor bezwaar vatbaar is, maar dat alleen een herzieningsverzoek mogelijk is volgens artikel 9.5 van de Wet IB 2001.
De rechtbank verwijst naar de parlementaire geschiedenis waarin is aangegeven dat voor herzieningsverzoeken geen proceskostenvergoeding wordt toegekend omdat het geen bezwaarschriften zijn. Dit betekent dat belanghebbende geen recht heeft op vergoeding van proceskosten. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank ziet geen aanleiding om proceskosten aan de wederpartij toe te wijzen. De uitspraak werd gedaan op 7 februari 2013 en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Belanghebbende heeft geen recht op proceskostenvergoeding bij herzieningsverzoek voorlopige aanslag; beroep ongegrond verklaard.