ECLI:NL:RBZWB:2013:CA1906
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing schadevergoeding voor vertraagde vlucht op grond van EU Verordening 261/2004
De passagiers [X en Y] hadden een bevestigde boeking bij Iberia voor vluchten van San José naar Madrid en vervolgens naar Amsterdam. De eerste vlucht had een vertraging van 18 uur, waardoor de aansluitende vlucht werd gemist en de passagiers uiteindelijk met 17 uur vertraging in Amsterdam arriveerden.
Iberia weigerde de gevraagde compensatie van €600 per persoon op grond van de EU Verordening 261/2004, stellende dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk onvoorziene slechte weersomstandigheden die het vliegtuig hadden doen uitwijken.
De kantonrechter oordeelde dat Iberia onvoldoende bewijs had geleverd voor deze buitengewone omstandigheden, omdat relevante weerrapporten en andere ondersteunende documenten ontbraken. Gezien de vertraging en het ontbreken van bewijs voor buitengewone omstandigheden, werd de volledige compensatie van €1.200 toegekend, inclusief wettelijke rente vanaf 8 augustus 2012 en redelijke buitengerechtelijke incassokosten van €75.
Het verstekvonnis van 12 december 2012 werd in oppositie bekrachtigd, en Iberia werd veroordeeld in de proceskosten van de procedure.
Uitkomst: Iberia wordt veroordeeld tot betaling van €1.200 compensatie, wettelijke rente en incassokosten wegens vluchtvertraging.