ECLI:NL:RBZWB:2013:CA1897
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking verblijfsvergunning asiel en oplegging inreisverbod wegens ernstige bedreiging openbare orde
Eiser, een Azerbeidzjaanse nationaliteit dragende vreemdeling, kreeg in 1999 een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd toegekend. Verweerder introk deze vergunning met terugwerkende kracht tot 2005 en legde een inreisverbod van tien jaar op vanwege ernstige bedreiging van de openbare orde, gebaseerd op meerdere onherroepelijke veroordelingen tot gevangenisstraf.
Eiser voerde aan dat het voornemen tot intrekking niet deugdelijk was betekend en dat bijzondere individuele omstandigheden, waaronder zijn langdurige verblijf in Nederland, zijn familierelaties en mogelijke discriminatie in zijn land van herkomst, onvoldoende zijn meegewogen. De rechtbank oordeelde dat het aangetekend verzonden voornemen rechtsgeldig was betekend en dat eiser geen concrete onderbouwing gaf voor de genoemde uitzonderingen.
De rechtbank stelde vast dat eiser een ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde en dat het opgelegde inreisverbod niet in strijd is met artikel 3 en Pro 8 EVRM. Het beroep tegen het inreisverbod werd ongegrond verklaard. Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang zolang het inreisverbod geldt.
Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang.