ECLI:NL:RBZWB:2013:CA1807
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beëindiging verblijfsrecht wegens verbreking partnerrelatie met burger van de Unie
Eiser, een Albanese nationaliteit bezittende vreemdeling, had een EU-verblijfsdocument verkregen op grond van zijn partnerrelatie met een Portugese burger. Verweerder stelde bij besluit vast dat de gezamenlijke huishouding sinds 20 april 2009 was verbroken, waardoor het verblijfsrecht van eiser als familielid van een burger van de Unie was komen te vervallen.
De rechtbank overwoog dat eiser geen geregistreerd partnerschap had, waardoor hij niet het verblijfsrecht ontleent aan artikel 2, tweede lid, onder b, van de Verblijfsrichtlijn, maar slechts als ongehuwde partner onder het nationale beleid valt. Uit processen-verbaal en inschrijvingen bleek dat de Portugese partner zich op 20 april 2009 had ingeschreven bij een nieuwe partner en dat er uit die relatie een kind was geboren. Eiser had geen tegenbewijs aangevoerd.
Het beroep van eiser, dat stelde dat ongehuwde partners onterecht ongelijk worden behandeld en dat het gezamenlijke adres in de GBA niet doorslaggevend is, werd verworpen. De rechtbank stelde dat het onderscheid voortvloeit uit de Verblijfsrichtlijn en dat het beleid van samenwonen en gezamenlijke huishouding terecht wordt gehanteerd.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat het verblijfsrecht is vervallen sinds de verbreking van de gezamenlijke huishouding op 20 april 2009.