ECLI:NL:RBZWB:2013:CA1252
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Geloven
- Rechtspraak.nl
Curator onrechtmatig handelen door onrechtmatig wegbreken carwash installatie na faillissement
De zaak betreft een geschil tussen de eigenaar van een bedrijfsruimte, verhuurd als carwash center, en de curator van het faillissement van de huurder. De eigenaar vordert onder meer dat de carwash installatie als onroerend wordt erkend, dat de curator niet bevoegd was tot het wegbreken van de installatie, en dat de curator onrechtmatig heeft gehandeld door deze toch te verwijderen.
De rechtbank stelt vast dat de carwash installatie door de omvangrijke en ingrijpende aanpassingen aan het pand duurzaam met het gebouw is verenigd en derhalve onroerend is geworden door natrekking. De curator had geen recht om de installatie weg te breken omdat hij niet bereid was het pand in de oorspronkelijke staat terug te brengen, een wettelijke voorwaarde volgens artikel 7:216 lid 1 BW Pro.
De curator heeft ondanks waarschuwingen en voldoende gelegenheid tot onderzoek toch de installatie verkocht en laten verwijderen, wat een inbreuk op het eigendomsrecht van de eigenaar vormt. De rechtbank oordeelt dat de curator zowel in zijn hoedanigheid als curator als persoonlijk aansprakelijk is wegens onrechtmatig handelen.
De vorderingen tot terugplaatsing van de installatie worden afgewezen omdat deze inmiddels is teruggeplaatst. De eigenaar wordt veroordeeld in proceskosten en kan een schadestaatprocedure starten om de omvang van de schade vast te stellen.
De vorderingen van de curator in reconventie worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten van de eigenaar.
Uitkomst: De curator handelde onrechtmatig door zonder bevoegdheid de carwash installatie weg te breken en is aansprakelijk voor de schade.