ECLI:NL:RBZWB:2013:CA0884
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.M. de Werd
- J.W.J. Huige
- W. Brouwer
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke aansprakelijkheid bestuurder voor onbetaalde omzetbelasting ondanks fiscale eenheid
Belanghebbende, bestuurder van A BV en B BV, werd aansprakelijk gesteld voor onbetaalde omzetbelastingschulden van A BV over diverse tijdvakken. Hij voerde aan dat A BV en B BV een fiscale eenheid vormden, waardoor naheffingsaanslagen aan de fiscale eenheid hadden moeten worden opgelegd, en dat betalingen onjuist waren afgeboekt. De rechtbank oordeelde dat het bestaan van een fiscale eenheid geen gevolgen had voor de naheffingsaanslagen, omdat de gezamenlijke schuld niet lager was dan de som van de individuele schulden.
Verder stelde de rechtbank vast dat tussen partijen een betalingsregeling bestond, waardoor de ontvanger betalingen naar eigen inzicht mocht afboeken, ook als het oormerk anders was. Het subsidiaire standpunt dat betalingen onjuist waren verwerkt faalde daarom. Ook het meer subsidiaire verweer dat de meldingsregeling in strijd was met EU-recht werd verworpen.
De rechtbank constateerde een overschrijding van de redelijke termijn voor bezwaar en beroep van circa 36 maanden, waardoor het onderzoek werd heropend voor een nadere uitspraak over immateriële schadevergoeding. Het beroep werd verder ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aansprakelijkstelling voor onbetaalde omzetbelasting wordt ongegrond verklaard.