ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ9322
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Peeters
- Schotanus
- Prenger
- Rechtspraak.nl
Officier van Justitie niet-ontvankelijk wegens ontbreken bijzondere vervolgingsgronden bij fiscale delicten
De zaak betreft een verdenking dat verdachte over de jaren 2006 tot en met 2010 opzettelijk onjuiste bedragen heeft ingevuld in maandelijkse omzetbelastingaangiften, waardoor te weinig belasting werd geheven. Het totale belastingnadeel bedroeg minder dan €125.000, waardoor de zaak valt onder categorie I van de richtlijnen AAFD.
De verdediging voerde aan dat de zaak bestuursrechtelijk had moeten worden afgedaan omdat niet voldaan werd aan de aanvullende criteria voor strafrechtelijke vervolging zoals opgenomen in hoofdstuk 5 van de richtlijnen. De officier van justitie stelde dat de publieke functie van verdachte als eigenaar van een juweliers- en goudhandelbedrijf een bijzondere omstandigheid vormde die strafrechtelijke vervolging rechtvaardigde.
De rechtbank oordeelde dat het hebben van een winkelbedrijf in juwelen en gouden sieraden niet automatisch een voorbeeldfunctie inhoudt zoals bedoeld in de richtlijnen. Verder werden geen andere bijzondere omstandigheden zoals recidive, onmogelijkheid van verhaal, combinatie met niet-fiscale delicten of aantasting van de integriteit van het financiële verkeer vastgesteld. Daarom voldeed de zaak niet aan de criteria voor strafrechtelijke vervolging en werd de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Officier van justitie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van bijzondere vervolgingsgronden.