ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ4092
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek medehuurderschap na beëindiging samenwoning in huurwoning
Eiseres heeft samen met haar ex-partner in een huurwoning gewoond waarvan de ex-partner de huurder was. Na beëindiging van hun relatie en vertrek van eiseres uit de woning, heeft zij bij de verhuurder een verzoek tot medehuurderschap ingediend, dat is geweigerd. Eiseres vordert in kort geding dat de verhuurder de woning niet aan derden verhuurt totdat in een bodemprocedure is beslist over haar medehuurderschap.
De kantonrechter oordeelt dat niet is voldaan aan het vereiste van een gezamenlijk verzoek van huurder en beoogd medehuurder zoals voorgeschreven in artikel 7:267 lid 1 BW Pro. Daarnaast voldoet eiseres niet aan de voorwaarde dat zij ten minste twee jaar haar hoofdverblijf in de woning heeft gehad en een duurzame gemeenschappelijke huishouding voerde met de huurder, zoals vereist in artikel 7:267 lid 3 sub a BW Pro. Bovendien was eiseres al vertrokken uit de woning op het moment van het verzoek.
Gelet op deze omstandigheden acht de kantonrechter het voorshands onaannemelijk dat eiseres in een bodemprocedure tot medehuurder zal worden benoemd. De vordering wordt daarom afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verzoek tot voorlopige voorziening tot medehuurderschap wordt afgewezen wegens ontbreken gezamenlijk verzoek en onvoldoende duur hoofdverblijf.