ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ2766
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Poerink
- Rechtspraak.nl
Verbod op lasterlijke uitlatingen over buurman wegens overschrijding vrijheid van meningsuiting
Eiser vordert een verbod voor gedaagde om lasterlijke en smadelijke uitlatingen te doen over eiser, mede vanwege een pamflet waarin eiser beschuldigd wordt van ernstige zedendelicten die in het verleden zijn geseponeerd.
De rechtbank stelt vast dat gedaagde sinds 2012 herhaaldelijk beschuldigingen uitte die de eer en goede naam van eiser aantasten, zonder dat er nieuwe feiten zijn die deze beschuldigingen rechtvaardigen. De vrijheid van meningsuiting van gedaagde wordt erkend, maar deze kent grenzen wanneer het gaat om onrechtmatige aantasting van iemands reputatie.
Gezien het ontbreken van actuele feiten die de beschuldigingen ondersteunen en het feit dat de zaak in 2006 door justitie is geseponeerd, oordeelt de rechtbank dat gedaagde de grenzen van artikel 10 EVRM Pro heeft overschreden. Het gevorderde verbod wordt toegewezen, terwijl de dwangsom en machtiging tot tenuitvoerlegging worden afgewezen. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt verboden lasterlijke uitlatingen over eiser te doen wegens overschrijding van de vrijheid van meningsuiting.