ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ2604
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens ernstig verwijtbaar werkgeverschap en verslechterde arbeidsverhouding
De werknemer verzocht de ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst met de werkgever op grond van een ernstig verslechterde arbeidsverhouding en het niet naleven van loonbetalingsverplichtingen door de werkgever. Eerder had de werkgever zelf twee ontbindingsverzoeken ingetrokken, zonder pogingen te doen de arbeidsrelatie te herstellen of een arbo-arts in te schakelen.
De kantonrechter stelde vast dat de werkgever ondanks de intrekkingen geen verzoeningspogingen had ondernomen en dat de werknemer sinds juni 2012 geen loon meer ontving, wat een dringende reden vormt voor ontbinding. De verslechtering van de arbeidsrelatie werd aan de werkgever toegerekend, mede doordat zij geen re-integratietraject was gestart terwijl de werknemer arbeidsongeschikt was.
De arbeidsovereenkomst werd ontbonden met ingang van 1 maart 2013, waarbij een bruto vergoeding van € 27.752,45 aan de werknemer werd toegekend, rekening houdend met de financiële situatie van de werkgever. Daarnaast werd de werkgever veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de werknemer van € 3.593,00. De werknemer kreeg de mogelijkheid het verzoek alsnog in te trekken tot 28 februari 2013.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 maart 2013, met toekenning van een bruto vergoeding van € 27.752,45 en veroordeling van de werkgever in de proceskosten.