ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ0877
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning van rechtswege en verlening omgevingsvergunning voor bouwuitbreiding in strijd met bestemmingsplan
Eiser betwist de door verweerder verleende omgevingsvergunning voor de uitbreiding van een hoofdgebouw, omdat deze in strijd is met het bestemmingsplan “Kern Hank” en onvoldoende ruimtelijke onderbouwing bevat. Verweerder verleende de vergunning op basis van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a sub 3, van de Wabo, maar de rechtbank oordeelt dat dit onjuist was en dat artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a sub 2, van de Wabo van toepassing is, waarvoor een reguliere procedure geldt.
De rechtbank stelt vast dat verweerder niet tijdig op de aanvraag heeft beslist, waardoor de vergunning van rechtswege is verleend. Deze vergunning wordt vernietigd wegens strijd met artikel 3:46 van Pro de Awb. Het beroep van eiser wordt als rechtstreeks beroep ontvankelijk verklaard, ondanks het ontbreken van een formele bezwaarprocedure, vanwege de procedurele gelijkwaardigheid van de gebruikte uniforme openbare voorbereidingsprocedure.
De rechtbank weegt de belangen af en concludeert dat de geringe overschrijding van de goothoogte acceptabel is. Deskundigenadviezen ondersteunen het actuele planologisch beleid van verweerder. Op basis hiervan verleent de rechtbank zelf de omgevingsvergunning voor het bouwplan, met de voorschriften uit het bestreden besluit, en wijst de proceskosten toe aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de vergunning van rechtswege en verleent zelf de omgevingsvergunning voor de bouwuitbreiding met voorschriften.