In deze civiele procedure staat centraal de vraag of de opdrachtnemer recht heeft op betaling van zijn honorarium na beëindiging van een opdracht tot fiscale bijstand en of de opdrachtgever aansprakelijk is voor schade door voortijdige opzegging.
De opdracht betrof bijstand bij procedures tegen de belastingdienst over navorderingsaanslagen inkomstenbelasting 1996 en 1997. Partijen spraken een betalingsafspraak af waarbij honorarium pas verschuldigd en opeisbaar zou zijn na afronding van de fiscale procedures. De opdrachtnemer staakte de dienstverlening in mei 2009 wegens niet-betaling, terwijl de procedures nog liepen.
De rechtbank stelt vast dat de eerdere vonnissen bindend zijn voor de inhoud van de opdracht en de betalingsafspraak, maar niet voor de aansprakelijkheid voor voortijdige beëindiging. De opdrachtnemer mocht de opdracht slechts wegens gewichtige redenen opzeggen, die niet aanwezig waren. Bezwaar tegen de hoogte van de facturen wordt afgewezen omdat dit te laat en te vaag is ingebracht.
De rechtbank veroordeelt de opdrachtgever tot betaling van het honorarium nu de fiscale procedures zijn afgerond en wijst de vordering tot schadevergoeding wegens voortijdige beëindiging toe onder voorbehoud van nadere bewijslevering. De zaak wordt aangehouden voor het overleggen van facturen en specificaties van de schadeveroorzakende adviseur.