ECLI:NL:RBZWB:2013:7920
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding en slecht werkgeverschap
De kantonrechter beoordeelt het voorwaardelijke verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen een fysiotherapeut en haar werkgever. De arbeidsovereenkomst was voor een jaar gesloten zonder tussentijdse opzegmogelijkheid, maar de werknemer werd op staande voet ontslagen. De kantonrechter gaat ervan uit dat het ontslag op staande voet niet standhoudt en wijst het verzoek tot ontbinding op die grond af.
Het verzoek tot ontbinding op basis van het niet melden van zwangerschap wordt eveneens afgewezen vanwege het opzegverbod volgens artikel 7:670 BW Pro. Ook het disfunctioneren wordt niet als grond erkend omdat de werknemer te kort in dienst was om dit te beoordelen.
Wel wordt het verzoek toegewezen wegens een ernstig verstoorde arbeidsverhouding met collega’s, die niet meer in samenwerking met de werknemer vertrouwen hebben. De kantonrechter wijst een vergoeding van €5.000 toe, waarbij het slecht werkgeverschap van de directeur zwaar meeweegt. De werkgever heeft nagelaten een goede werksfeer te creëren en heeft het loonvonnis uit het kort geding niet nageleefd.
De kantonrechter stelt de werkgever in de gelegenheid het verzoek in te trekken, maar bij niet-intrekking wordt de arbeidsovereenkomst ontbonden per 28 juni 2013 met toekenning van de vergoeding. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Arbeidsovereenkomst ontbonden per 28 juni 2013 met een vergoeding van €5.000 bruto wegens verstoorde arbeidsverhouding en slecht werkgeverschap.