Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- het verzoekschrift
- het verweerschrift
- de mondelinge behandeling.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 9 mei 2007 raakte verzoeker als passagier betrokken bij een eenzijdig verkeersongeval waarbij de bestuurder de macht over het stuur verloor. Verzoeker kampte met klachten aan knie, rug, nek en oogkas. ASR erkende aansprakelijkheid en betaalde voorschotten van in totaal €13.500.
Verzoeker vroeg een aanvullend voorschot van €15.000 wegens materiële en immateriële schade, stellende dat de medische expertises voldoende basis boden en de psychiatrische expertise niet afgewacht hoefde te worden. ASR betwistte dit en stelde dat het causaal verband en de omvang van de schade nog onduidelijk zijn.
De rechtbank oordeelde dat de zaak geschikt was voor deelgeschilprocedure, maar dat verzoeker onvoldoende had aangetoond dat zijn vorderingsrecht de reeds betaalde voorschotten overstijgt. Het verzoek tot aanvullend voorschot werd daarom afgewezen.
Wel werd het proceskostenverzoek toegewezen, waarbij een redelijke vergoeding van €4.194,40 werd vastgesteld, inclusief griffierecht. ASR werd veroordeeld deze kosten binnen 14 dagen te betalen. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het verzoek tot aanvullend voorschot wordt afgewezen, maar ASR wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten.