Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Marianus Wilhelmus Antonius Gerardus [eiser],
Helle Willemijn [eiser]en
Floor Marieke [eiser],
1.Het verloop van het geding
2.Het geschil
3.De beoordeling
het gevolg is van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden”.
Evenwel kan niet worden uitgesloten dat technische problemen uitzonderlijke omstandigheden vormen, voor zover zij voortvloeien uit gebeurtenissen die niet inherent zijn aan de normale uitoefening van de activiteit van de betrokken luchtvaartmaatschappij, en laatstgenoemde hierop geen daadwerkelijke invloed kan uitoefenen.” Hiervan zou volgens het Hof sprake kunnen zijn ingeval van een verborgen fabricagefout of schade vanwege sabotage of terrorisme.
Voorts zien de buitengewone omstandigheden in r.o. 26 van het Hof op technische problemen die ontstaan door invloeden van buitenaf, zoals een fabricagefout of sabotage. Ook kan daarbij gedacht worden aan een birdstrike. Indien hierdoor technische problemen ontstaan, dan vloeien deze voort uit een gebeurtenis die niet inherent is aan de normale uitoefening van de luchtvaartactiviteit. Gesteld noch gebleken is dat het onderhavige technische probleem is ontstaan door een dergelijke omstandigheid.
juistinherent aan de normale uitoefening van de activiteit van de luchtvaartmaatschappij.
€ 400,00) in beginsel kan worden toegewezen.
De kantonrechter is van oordeel dat deze regeling niet kan worden gekwalificeerd als matigingsmogelijkheid, nu dit lid de hoofdregel van lid 1 aanvult. De Verordening bevat derhalve geen bepaling die aan toepassing van een in een nationale regelgeving neergelegde matigingsbevoegdheid in de weg zou staan.
4.De beslissing
- over een bedrag van € 65,50 vanaf de 15e dag na aanschrijving door [eiser] tot de dag van de algehele voldoening;
- over een bedrag van € 34,00 vanaf de betekeningdatum van dit vonnis tot de dag van de algehele voldoening;