Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- het tussenvonnis van 19 september 2012 en de daarin genoemde stukken;
- het proces-verbaal van de op 23 januari 2013 gehouden comparitie en plaatsopneming;
- de akte uitlating van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie], met vier producties (“bijlagen”);
- de antwoordakte met de producties 9, 10 en 11 van [eiser in conventie/verweerder in reconventie];
- de antwoordakte uitlating van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie];
- extract uit het audiëntieblad van de rolbehandeling van 17 april 2013, waaruit blijkt dat de rolrechter verval van recht heeft verleend om een akte aan de zijde van [eiser in conventie/verweerder in reconventie] te nemen.
2.Het geschil
in conventiesamengevat - veroordeling van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] tot het staken van het gebruikmaken van het perceel van [eiser in conventie/verweerder in reconventie], vermeerderd met kosten.
in reconventie– samengevat –, primair, voor recht te verklaren dat sprake is van een erfdienstbaarheid en subsidiair, dat sprake is van een buurweg. Voorts vordert [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] zowel primair als subsidiair om [eiser in conventie/verweerder in reconventie] te gebieden om zaken die het gebruik van het pad door [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] verhinderen te verwijderen en veroordeling van [eiser in conventie/verweerder in reconventie] in de kosten van het geding.
3.De beoordeling
“Wij gaan onze achtertuin herinrichten. Uw garage komt uit in onze achtertuin. Volgens de notariële akte hebt u geen recht van overpad. Er zijn verder ook geen andere stukken bekend die u dit recht toezeggen. Vanaf 1 oktober zullen wij u de toegang tot onze tuin ontzeggen, en eventueel in samenspraak een gepaste erfscheiding oprichten.”