ECLI:NL:RBZWB:2013:7200
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet gemelde werkzaamheden in shoarmazaak
Eiser ontving vanaf maart 2011 een bijstandsuitkering op grond van de WWB. Het college stelde vast dat eiser vanaf mei 2012 betaalde arbeid verrichtte in een shoarmazaak, zonder dit te melden, en trok de uitkering met terugwerkende kracht in en vorderde ontvangen bijstand terug.
Eiser voerde aan slechts incidenteel te hebben meegeholpen zonder inkomsten, en dat terugvordering hem uit schuldhulpverlening zou zetten met ernstige gevolgen. De rechtbank oordeelde dat het verrichten van werkzaamheden die de kern vormen van de bedrijfsactiviteiten als op geld waardeerbare activiteiten gelden, en dat eiser zijn inlichtingenplicht heeft geschonden.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet aannemelijk maakte dat hij recht had op bijstand of aanvullende bijstand over de betwiste periode. Ook was geen sprake van een zeer bijzondere situatie die terugvordering zou moeten voorkomen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.